Door Daan van de Staaij, regiocorrespondent in Rotterdam
Zeker 27 Nederlanders zitten nog in Zuid-Libanon, waar de gewelddadige strijd tussen Hezbollah en Israël steeds heviger wordt. Eén van hen is Ricardo Nasser (13) uit Rotterdam. De scholier probeert met zijn familie weg te komen uit het levensgevaarlijke gebied, maar evacuatie is te gevaarlijk.
"Het gaat slecht. Het huis is helemaal kapotgeschoten." Aan de telefoon met zijn moeder in Rotterdam bespreekt Ricardo zijn laatste ervaringen in Aïn-Ebel. Het dorp ligt in Zuid-Libanon, vlakbij de grens met Israël. Het schuiladres waar Ricardo vannacht met familieleden noodgedwongen verbleef is gebombardeerd. Dankzij een solide schuilkelder bleven ze ongedeerd. Van de woning erboven bleef weinig heel.
Ricardo maakt de gevolgen van de oorlog tussen Hezbollah-strijders en het Israelische leger dagelijks mee. Al twee weken ligt het dorp van zijn familie onder vuur. Hij is voor de derde keer verhuisd naar een ander schuiladres. "Het dorp loopt langzaam leeg. We zitten nu in het huis van onze oom." Naar het nabijgelegen klooster, waar andere dorpsgenoten hun toevlucht hebben gezocht, konden ze niet uitwijken. "Dat zit al vol."
Hij klinkt timide. Maar hij is erg dapper, zegt moeder Olga die dagelijks contact onderhoudt via de mobiele telefoon van haar zoon.
Vakantie
Ricardo vertrok twee weken geleden uit zijn woonplaats Rotterdam naar Libanon om met zijn vader zijn stiefmoeder en halfbroertje op te zoeken. Zoals elk jaar zou hij daar de zomervakantie doorbrengen. Vijgen plukken, zwemmen en in de zon zitten. Maar die vakantie eindigde in een nachtmerrie. Kort na aankomst brak de oorlog uit.
Met hulp van moeder Olga vanuit Rotterdam probeert de vader van Ricardo met het gezin de regio te ontvluchten. Tot nog toe tevergeefs. Een veilige evacuatie is door de beschietingen over en weer op dit moment niet mogelijk.
"Heel surrealistisch allemaal", zegt Olga. "Ik ben heel erg bang dat ze iets overkomt. Soms durf ik niet te slapen omdat er nieuws kan komen."
Ze brengt haar dagen door aan de telefoon en achter de computer. Het Rode Kruis, de ambassade, de VN-troepen van de vredesmacht UNIFIL; iedereen heeft ze benaderd om haar zoon veilig thuis te krijgen. "Er moet heel snel iets gebeuren. Iedere dag wordt het erger. Ze horen de hele dag raketten en bombardementen. De metaalsplinters vliegen in het rond. Het is zelfs te gevaarlijk om naar buiten te gaan. Af en toe valt de stroom uit en dan kunnen ze niks."
Hoop
Olga heeft haar hoop gevestigd op de Nederlandse autoriteiten en de internationale gemeenschap. "Die kunnen hun diplomatieke contacten gebruiken om een staakt-het-vuren af te dwingen."
Vader George doet aan de telefoon een oproep: "Er wordt steeds beloofd dat we geholpen worden. Een paar keer heb ik al klaargestaan om door een konvooi te worden meegenomen. Maar ze kwamen telkens niet. Ik heb de auto klaarstaan om zelf te vertrekken, maar dat durf ik niet aan met twee kinderen."
Het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat de situatie van Ricardo en andere Nederlanders in Zuid-Libanon "de volle aandacht heeft".
De ambassades in Libanon en Israël oefenen druk uit op de strijdende partijen te stoppen met beschietingen, zodat burgers veilig kunnen vertrekken. Het Israëlische leger is ingelicht over het feit dat in een aantal dorpen in Zuid-Libanon Nederlanders verblijven. De mogelijkheid wordt onderzocht de blauwhelmen van UNIFIL in te schakelen om burgers te evacueren.
Voor Ricardo en zijn familie blijft het voorlopig afwachten en hopen op een snelle oplossing. Olga: "Het duurt allemaal zo lang. Ik hoop telkens maar dat het goedkomt en dat ik Ricardo snel weer zie."
Deel deze pagina