Mugabe regeert als een listige moeder

Een NOS-ploeg bezocht heimelijk Zimbabwe, een land geregeerd door angst. Een bijdrage van Bram Vermeulen. 

Een slimme dictator maakt zich geen zorgen over hoe hij het volk kan onderdrukken. Een slimme dictator vertrouwt erop dat het volk zichzelf wel onderdrukt. President Mugabe van Zimbabwe is een slimme dictator. Zijn onderdanen praten niet zozeer over wat hij hen heeft aangedaan. Maar over wat hij hen aan zou kunnen doen. Die angst verlamt. Die angst houdt iedereen in het gelid. 

Precies een jaar geleden gaf de president politie en leger de opdracht de huizen plat te walsen van meer dan 700.000 Zimbabweanen. Dat waren de bewoners van de armste buitenwijken, de straatverkopers, de armoedzaaiers. Omdat ze de grote stad zouden 'bevuilen' met hun illegaal gebouwde huisjes. 

Veel slachtoffers vernietigden met beitels en klophamers hun eigen huizen, op last van de politie. Niet omdat de politie ze anders arresteerde, of in elkaar sloeg. Maar omdat de slachtoffers zich voortdurend voorstelden wat er allemaal zou kunnen gebeuren, als ze de politie niet gehoorzaamden.

Krotten

Een jaar later vinden we de slachtoffers van Operatie Murambatsvina (Duld geen Vuiligheid) in de open buitenlucht. Ze leven nu in krotten gemaakt van plastic en oud ijzer. Of in het openbaar toilet, bij het rugbyveld van Zimbabwe's tweede stad Bulawayo. De dekens keurig opgestapeld naast een stinkende wc-pot. 

Of ze zijn op elkaar gekropen in de huizen die nog overeind staan. Op de vloer van een huisje van twintig vierkante meter groot vonden we 's ochtends vroeg achttien mensen, meest jonge kinderen. Met zijn vijven op een matras. Met zijn zessen op de vloer. Met zijn drieën onder het aanrecht. Met zijn vieren onder de eettafel. 

Het antwoord op de vraag waarom ze dit van hun regering pikken is steeds weer hetzelfde: "What can we do?". De straat op zou je zeggen. Zoals in de Oekraïne, of Wit-Rusland. Maar ook de leiders van de oppositie, de mogelijke architecten van zo'n volksverzet zeggen: "What can we do?" Ze zullen ons slaan. Ze zullen ons vermoorden. 

Journalistiek

Die angst wat er mogelijk kan gebeuren heeft ook de journalistiek verlamd. Sinds 2002 geeft de regering van president Mugabe geen accreditaties meer aan buitenlandse verslaggevers en zijn onafhankelijke kranten en radiostations het zwijgen opgelegd. Een journalist die zonder accreditatie wordt gepakt, kan volgens een nieuwe wet twintig jaar worden opgesloten in een luizige gevangenis. 

Ook al is de afgelopen vijf jaar geen enkele verslaggever tot gevangenisstraf veroordeeld, journalisten mijden Zimbabwe liever. Niet omdat wat collega's is overkomen. Maar omdat wat ze zou kunnen overkomen. 

Ook wij ontsnappen niet aan de angst voor dat onzichtbare gevaar. Vluchtig bezoeken we een wijk waar honderden huizen zijn vernield. Gehaast stellen we onze vragen. Nerveus registeren we de antwoorden. Plat op de achterbank van een geblindeerde auto, met een jas over ons gezicht bezoeken we het platteland.

Zenuwachtig

Zenuwachtig vragen we dorpelingen over soldaten die hun land hebben ingenomen. De boeren werken nu onder commando van het leger. Ze moeten voedsel produceren dat ze zelf niet mogen houden maar bestemd is voor andere delen van het land. En ze doen het. Niet omdat die soldaten ze al vreselijk hebben mishandeld. Maar omdat ze zeker weten dat die soldaten anders hun wapens beslist zullen gebruiken. 

Zo kijken wij ook steeds weer gespannen naar de buitendeur, bang dat ze elk moment voor de deur zullen staan. Die soldaten kwamen natuurlijk niet. En ook de geheime dienst liet ons met rust tijdens de reis van tien dagen door dit land. Maar in Zimbabwe kun je nooit weten. 

Pas weer veilig thuis realiseren we ons dat president Mugabe zijn land regeert als een listige moeder haar ongehoorzame kind. Zoals zij niet zegt: "Denk erom, anders krijg je geen koekje", als dat kind niet luistert. Maar: "Denk erom, anders zwaait er wat." Mugabe regeert met de macht van de verbeeldingskracht. 

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio