Het is de hoogste spoorweg van de wereld, maar niet iedereen in en buiten Tibet is er gelukkig mee. De nieuwe lijn verbindt de Tibetaanse hoofdstad Lhasa met de rest van China, maar daarmee raakt het gebied ook een stukje van zijn geïsoleerde positie kwijt.
Aan de Qingzang-spoorlijn is meer dan vijftig jaar gewerkt. Er zijn doden gevallen bij de aanleg en soms moest met zuurstofmaskers gewerkt worden vanwege de hoogte. Op het hoogste punt stopt de trein op zo'n 5070 meter hoogte, 225 meter hoger dan de recordhouder tot dit moment, een spoorweg door de Peruviaanse Andes.
De reizigers van Peking naar Lhasa wacht een reis van tweeënhalve dag in een trein waar het zuurstofgehalte kunstmatig op peil wordt gehouden om hoogteziekte te voorkomen. Hu Jintao roemde de prestatie en noemde het 1100 kilometer traject "een wereldwonder" en "een droom die in vervulling is gegaan".
Zenuwslopende landing
Een vooruitgang is het zeker. Tot nog toe kon de reis naar de afgelegen hoofdstad van Tibet op twee manieren worden gemaakt: of met een dure vlucht die steevast eindigde met een zenuwslopende landing in de bergen, of met een overvolle bus drie dagen lang over hobbelige bergweggetjes. Menige bus is in een ravijn beland.
Veel Tibetanen zijn daarom blij met de nieuwe verbinding. Maar de tegenstand is ook groot. Volgens de in ballingschap levende Tibetaan Lhadon Tethong is de spoorweg aangelegd om de de Tibetaanse identiteit in het hart te treffen. Hij vreest dat Chinese migranten massaal naar de in 1951 ingelijfde provincie zullen trekken.
Plastic palmbomen
Toen Francis Younghusband als eerste westerling de Tibetaanse hoofdstad binnentrok aan het hoofd van het Britse leger, vond hij een middeleeuwse stad, volledig afgesloten van de buitenwereld en geregeerd door een leider met goddelijke macht.
Tibet is ondanks de Chinese bezetting altijd een achtergebleven gebied gebleven met een sterke eigen identiteit. Hoewel een deel van Lhasa inmiddels volledig Chinees is geworden, compleet met pompeuze warenhuizen en plastic palmbomen, zijn in de oude stad nog steeds de groepen Boeddhistische pelgrims te zien die zich om de drie stappen ter aarde werpen bij de oude Jokang tempel, de meest heilige van Tibet.
Wurggreep
De vrees dat slimme Chinese handelslieden de Tibetanen langzaamaan steeds verder in hun wurggreep zullen krijgen is groot. BBC-correspondent Rupert Wingfield-Hayes trekt een parallel met de aanleg van de spoorlijnen in de VS in de negentiende eeuw, die zo veel migranten naar het westen brachten dat de indiaanse bevolking steeds verder de marge in gedreven werd.
De sinds 1959 in ballingschap levende Dalai Lama ziet dat gevaar ook, maar de spoorlijn op zich hoeft niet per se een bedreiging voor Tibet te zijn, liet de geestelijk leider via zijn woordvoerder weten. "Het gaat erom hoe de lijn zal worden gebruikt, dat is de grootste zorg."
Deel deze pagina
