Het zijn enerverende tijden voor Alexander Pechtold. Binnen één week tijd is hij gekozen tot lijsttrekker van D66 en heeft hij ontslag genomen als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing.
Er is dus sprake van een geheel nieuwe situatie, waarin hij als ambteloos burger de kar van D66 naar de Tweede-Kamerverkiezingen moet gaan trekken.
Felle strijd
De strijd om de nummer 1 van zijn partij te worden, moet nog in zijn benen zitten. Want het was een felle strijd, waarin zijn rivaal Lousewies van der Laan hem uitmaakte voor Pietje Bell en hem ongeloofwaardig noemde.
Het einde van het liedje was echter dat de leden van D66 aan hem de voorkeur gaven, hij Van der Laan in de armen sloot en meldde: "Je was een geduchte tegenstander, nu moeten we samen optrekken".
Veel mensen geloofden tot donderdagavond niet dat de strijdbijl tussen de twee begraven was. In de crisis rond het paspoort van Ayaan Hirsi Ali zouden de twee nog lijnrecht tegenover elkaar staan.
Van der Laan stuurde in haar rol als fractievoorzitter van D66 aan op een breuk met het kabinet, en het was onduidelijk wat de D66-bewindslieden daarvan vonden.
Na de val van het kabinet maakte Pechtold in een persconferentie echter nog eens speciaal duidelijk dat de D66'ers in het kabinet steeds de lijn van de fractie hadden gesteund.
Werkloos thuis
En nu zit Pechtold - krap een jaar na zijn komst naar Den Haag - dus werkloos thuis en heeft hij zijn handen vrij om campagne te voeren, zonder geremd te worden door zijn verantwoordelijkheid als minister.
Het eerste dat hij zal moeten doen, is de kiezers duidelijk maken dat D66 het juiste heeft gedaan door de stekker uit het kabinet te trekken.
Veel mensen uit de achterban zullen het daarmee al eens zijn. Een deel vindt dat D66 al had moeten doorbijten tijdens het Uruzgan-debat, waarin de fractie eerst dreigde met een kabinetscrisis maar vervolgens terugkrabbelde.
Pechtold speelde in die discussie een omstreden rol, door eerst te roepen dat hij tegen deelname aan de gevaarlijke missie in Afghanistan was en niet "om" zou gaan, en vervolgens toch het kabinetsbeleid te steunen.
Peilingen
De Uruzgan-kwestie kostte de partij bij de gemeenteraadsverkiezingen op 7 maart meer dan tachtig van haar 227 raadszetels.
En ook in de peilingen voor de landelijke verkiezingen doet D66 (nu zes Kamerleden) het slecht: het aantal zetels schommelt rond de twee, drie.
Direct na de val van het kabinet begonnen CDA en VVD met beschuldigende vingers naar D66 te wijzen, en ook vanuit andere hoeken werd de kleinste coalitiepartner bekritiseerd.
Er is dus veel werk aan de winkel voor de kersverse lijsttrekker, en dat is best even schrikken. "Zaterdag op het schild geheven door de partij en nu al aan de slag. Ik had niet kunnen bedenken dat het al zo snel moest."
Deel deze pagina
»
»
»