Rembrandt als nazi-symbool

De nazi's hebben Rembrandt tijdens de bezetting van Nederland (1940-1945) gebruikt om bij de Nederlanders sympathie te wekken voor een nationaal-socialistisch Groot Germaans Rijk. De kunstenaar moest dienen als een nieuw nationaal symbool dat de plaats in kon nemen van het koningshuis.

In het Verzetsmuseum in Amsterdam is vanaf vrijdag een tentoonstelling te zien over de manier waarop de nazi's Rembrandt hebben ingezet voor hun nationaal-socialistische propaganda. 

De Duitse bezetter zag Rembrandt als een Germaans symbool omdat hij een drang naar vrijheid had, trouw bleef aan zichzelf en omgeven was door drama in zijn privéleven. Ondanks de tegenslagen steeg hij uit boven zichzelf en maakte hij kunst die door de nazi's werd gewaardeerd om zijn 'volkse kracht'.

Cultstatus

Ook voor de oorlog werd Rembrandt al in Duitsland vereerd. In 1890 verscheen het boek 'Rembrandt als opvoeder', waarin Julius Langbehn Rembrandt ten voorbeeld stelt aan alle Duitsers: 'De Duitser wil zijn eigen gang gaan en niemand doet dat meer dan Rembrandt.' Het boek kreeg later een cultstatus onder de nazi's.

Veel Rembrandts waren in de 18e en 19e eeuw al in Duits bezit en via handel en roof kwamen tijdens de oorlog nog zeker tien schilderijen van Rembrandt uit Nederland in Duits bezit. Het feit dat Rembrandt in de jodenbuurt woonde en ook joodse taferelen schilderde werd door de nationaal-socialistische leiders genegeerd.

De Duitsers richtten in Nederland een Departement van Volksvoorlichting en Kunsten op met een afdeling propaganda, die werd bemand door Nederlandse nationaal-socialisten. Het was hun taak Rembrandt in beeld te brengen als boegbeeld van de Germaans-Nederlandse cultuur.

Film

Al voor de oorlog, in 1935, was de Rembrandtprijs in het leven geroepen door de Duitse ondernemer Alfred Toepfer. Ook hij beschouwde Rembrandt als de verpersoonlijking van de Germaanse volksgeest. De prijs werd jaarlijks uitgereikt aan iemand die de Germaanse cultuur uitdraagt in de kunst of wetenschap.

Er kwam een Rembrandtfilm in 1942, onder leiding van regisseur Hans Steinhoff. In de film wordt gesuggereerd dat Rembrandt door joodse oplichters ten val is gebracht.

In 1942 werd ook besloten een opera te maken over Rembrandt: 'De Nachtwacht'. Componist Henk Badings kreeg een jaar eerder nog de Rembrandtprijs.

In 1944, op het moment dat Europa in puin lag, werd Rembrandt ingezet voor een groot nationaal-socialistisch cultuuroffensief. Het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten organiseerde een 'Kultuurweek' met als hoogtepunt de viering van Rembrandts geboortedag op 15 juli. 

Feestdag

Het doel was die dag uit te laten groeien tot een nieuwe nationale feestdag, ter vervanging van koninginnedag. Ondanks de inspanningen werd de dag geen succes. Veel genodigden bleven weg en ook het volk kwam niet massaal op de been. 

Na de oorlog was er veel verontwaardiging over het  Duitse misbruik van onze grote meester. Rembrandts naam moest gezuiverd worden van de nationaal-socialistische smet. 

De nadruk kwam in latere jaren weer meer te liggen op zijn werk en minder op zijn persoon. Dat hij zijn heldenstatus niet is kwijt geraakt, mag blijken uit de overweldigende belangstelling voor Rembrandt tijdens dit herdenkingsjaar.

'Rembrandt in de propaganda', van 30 juni t/m 2 oktober 2006 in het Verzetsmuseum, Plantage Kerklaan 61 in Amsterdam.



Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio