'Embedded' in Afghanistan

Verslaggever Gerrie Eickhof was de afgelopen week bij de Nederlandse troepen in Afghanistan. Defensie heeft met de Nederlandse pers afspraken gemaakt over wat ze wel en niet mogen melden, om te voorkomen dat de militairen onnodig in gevaar worden gebracht.

Eickhof vertelt over zijn ervaringen als 'embedded' verslaggever. Ook is dit verhaal voor publicatie voorgelegd aan Defensie. Er zijn geen wijzigingen aangebracht.

Nu ik weer thuis ben wil ik het opzoeken, hoe vertaal je dat nou precies? Het woordenboek was vroeger van een tante, aangepaste druk uit 1970. Toch eens kijken. Ja hoor, het staat er, op bladzijde 149. To embed: insluiten, inzetten, vastzitten.

En wat betekent het dan om een embedded verslaggever te zijn bij het Nederlandse leger in Afghanistan? Vooral dat bij de opnames een voorlichter in gaten houdt dat er geen zaken worden gefilmd die de tegenstander militair in de kaart kunnen spelen. 

Je mag bijvoorbeeld wel de basis in Tarin Kowt in beeld brengen, maar dan mogen er in de achtergrond geen herkenbare bergtoppen in zicht zijn, want anders zou de Taliban, stel dat ze naar de uitzending kijken, uit het Journaal kunnen afleiden hoe de basis precies ligt en hoe ze hun volgende raketten moeten richten om bijvoorbeeld slaapvertrekken te raken.

Goedkeuring

En wanneer het verslag eenmaal klaar is moet het ter goedkeuring aan diezelfde voorlichters worden voorgelegd, zodat ze zich ervan kunnen overtuigen dat zulke informatie ook niet in de tekst is verwerkt. Dat gaat in goed overleg, beide partijen hebben immers de bijbehorende gedragscode onderschreven. 

Dus als er toch een keer een plaatje wordt geschoten dat naar het inzicht van de begeleider schadelijk zou kunnen zijn gaat er geen hand voor de camera, maar zegt hij rustig: "Dat mag je niet gebruiken hoor." En omgekeerd, wanneer wij iets willen maar niet helemaal zeker zijn dat het binnen de regels valt vragen we: "Kijk even in de zoeker, als we de slagboom zo filmen, is dat dan in orde?" 

Maar het is wel allemaal bloedserieus. Een schrijvende collega die zonder toezicht enkele zeer verboden foto's maakte werd prompt aangehouden door de marechaussee, zijn schijf gewist en proces-verbaal opgemaakt.

In de praktijk is het meestal zo moeilijk niet. Het is ook voor ons volkomen duidelijk dat we met onze reportages op geen enkele manier levens in gevaar moeten kunnen brengen en dan wijst het zich vanzelf.

Nuanceren

Lastiger wordt het wanneer de voorlichters af en toe in de oude reflexen schieten en net als vroeger ook graag zien dat de berichtgeving een beetje positief is. Of in elk geval niet te negatief. Dan komen er suggesties om een bepaalde formulering wat te nuanceren, wat vriendelijker te maken, wat tegenwicht te geven. En dan ben je als embedded journalist inderdaad ingesloten.

Ingesloten in de situatie dat je nog een tijdje verder moet met de voorlichters, dat je nog een dag of wat van hen afhankelijk zult zijn. Dus als je dan beschrijft dat de meeste konvooien met Nederlands materiaal en materieel door Afghanen gereden worden, dat ze dat doen in gewone, gammele vrachtwagens, dat ze geen begeleiding krijgen van westerse gevechtshelikopters en pantserwagens, dan tikt de voorlichtende majoor je toch even op de schouder. 

Zeker wanneer je de sergeant die belast is met het toezicht in de reportage laat vertellen dat deze lokale chauffeurs worden ingehuurd om het risico voor onze jongens te beperken: hoe minder we zelf rijden, hoe minder gevaar we lopen. "Er mag niet de indruk ontstaan dat Afghaanse levens goedkoper zijn", zegt de majoor ongerust. Tja, maar ze hebben toch zelf verteld, de Nederlanders, dezelfde voorlichter voorop, dat het een veiligheidsmaatregel is om die Afghanen in te huren? 

En dit is toch geen militaire informatie? Ik kan mijn hakken in het zand zetten, zand genoeg hier. Maar ik heb die man nog nodig. Omgekeerd weet hij dat hij niets kan eisen, wel aandringen. We vinden elkaar in een minimale aanpassing waarin ik schrijf dat de Afghaanse transporteurs hun eigen beveiliging kunnen inhuren bij plaatselijke zware jongens. Het laat de mogelijkheid open dat ze dat niet doen. 

Nabespreking

Sterker nog, ik heb mijn boodschap verteld: anders dan verwacht rijden de Nederlanders een groot deel van de konvooien niet zelf maar besteden het risico uit aan Afghaanse chauffeurs. Het is een klein element in het verslag. 

Maar wanneer ik diezelfde avond zou zijn vertrokken en nooit meer hoefde terug te keren en ook het Journaal nooit meer naar Afghanistan zou gaan had ik het wellicht meer benadrukt en wellicht ook de beelden vertoond van de zwaar bepantserde Nederlandse vrachtwagens, die heel erg kogelwerend zijn maar al meer dan een week heel erg stilstaan. Maar ja, het Journaal wil wel terug naar Afghanistan, met grote regelmaat zelfs. Puntje voor de nabespreking, lijkt me.

Overigens hoeven de voorlichters zich wat de televisie betreft niet zo vreselijk veel zorgen te maken over de beeldvorming. Want bepalend is voor een belangrijk deel toch wat de militairen zelf in beeld willen vertellen. En dat zijn voornamelijk positieve berichten. 

Critici en klagers mijden microfoons en camera's. Niet zo vreemd voor een organisatie waar tien jaar geleden de mediatraining nog bestond uit een A4-tje waarin de militairen letterlijk werd voorgeschreven de pers te wantrouwen. Uitspraken zouden eigenlijk altijd gemanipuleerd worden. Elke vraag moest maar liever worden doorverwezen naar officiële woordvoerders. 

Gelukkig is er intussen veel veranderd, de openheid is inmiddels groter dan je bij de meeste andere maatschappelijke organisaties aantreft, maar de sporen van het oude wantrouwen duiken nog regelmatig op. Pas na een dag of drie horen we de eerste twijfels. 

Kritiek

Dat de kritiek op de principes en de praktijk van de missie toch wel wat breder verspreid zijn en zich niet beperken tot de artsen en enkele individuele dwarskijkers wordt eigenlijk pas duidelijk wanneer de jongens wat verbaasd medelijden met ons krijgen nadat we op hun vragen verteld hebben dat wij geen gevarengeld of andere toeslag krijgen, dat we hier net zo veel verdienen als bij reportages over de opening van een Rembrandttentoonstelling. 

Wij vallen plotseling van ons voetstuk midden tussen de jongens, die ons nu ineens vertellen wat ze soms ook onder elkaar bespreken. 

Principiële kritiek:

"Het is een heel andere missie geworden dan we dachten dat het zou zijn. Er wordt vreselijk gevochten en wij vechten mee. Daar is het Nederlandse leger natuurlijk nooit voor bedoeld geweest."

"Balkenende likt hier de reet van Bush. Altijd al. Het klopt voor geen meter. We zijn belogen en bedrogen voor de carrières van de commandanten en de politici."

Praktische kritiek:

"Ik ben hier twee maanden, maar ik heb nog geen dag gewerkt, mijn spullen zijn er niet. Straks ga ik weg en heb ik helemaal niets gedaan, vreselijk frustrerend. Ik moet slaapvertrekken bouwen, maar het materiaal is er niet, daarom word ik ingezet als schutter. Dat kan ik wel, maar ieder ander kan het beter."

Principieel en praktisch:

"We zouden ons onderscheiden van de Amerikanen, maar alles loopt door elkaar. Zij helpen soms die konvooien voor ons met Afghaanse chauffeurs, dan rijden ze een stuk met die Afghanen mee. En wij helpen soms de Amerikanen met al hun gedoe.

Moet je nagaan: toen we aankwamen hadden we ISAF-emblemen op de mouw om te laten zien dat we niet bij Enduring Freedom van Amerika horen, maar die emblemen moesten er meteen af omdat onze ISAF officieel pas in augustus begint. Denk je nou echt dat die lui van de Taliban dan nog verschil zien tussen Amerikanen en Nederlanders?"

Maar als ik maar even iets meer rechtop ga zitten, al was het maar om mijn rug te strekken, dan klinkt meteen: "Dat zeg ik niet voor de televisie hoor!" Want deze militairen, die wellicht nog vele jaren in het leger voor de boeg hebben, voelen zich minstens zo embedded als de journalisten die komen en gaan.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio