Veel minder kanker bij allochtonen

Kanker komt bij allochtone Nederlanders nauwelijks voor, zo concludeert de KWF Kankerbestrijding. 

Van de nieuwe kankerpatiënten vormen niet-westerse allochtonen maar twee procent. Dat ze gevrijwaard blijven, komt vooral door hun niet-westerse eet- en leefgewoonten, zo stelt het KWF in het rapport 'Allochtonen en kanker', dat vandaag is gepresenteerd. 

Ongezonder

Allochtonen die al jong naar Nederland komen, hebben meer kans op de ziekte, omdat ze vaker westerse gewoontes overnemen. Ze drinken bijvoorbeeld meer, eten ongezonder en roken meer. 

Turkse mannen - vaak zware rokers - worden vaker getroffen door longkanker. 

Mensen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Arubaanse achtergrond krijgen vaker door infecties veroorzaakte kanker, zoals baarmoederhalskanker.     

 

Besmettelijk

Allochtonen weten soms weinig over kanker, stelt het KWF vast. Zo wordt gedacht dat de ziekte besmettelijk is en dat het een straf is van een bovennatuurlijke geest. 

Verder blijven getroffenen vaak in het ongewisse over hun ziekte, omdat informatie van artsen vaak verkeerd wordt vertaald door familieleden . Dat gebeurt omdat het in bepaalde culturen ongepast is om over dit soort privézaken te praten. 

Het KWF pleit daarom voor het aanstellen van allochtone vertrouwenspersonen.

Stijgen

Verwacht wordt dat het aantal allochtonen met kanker zal toenemen: van twee procent nu tot ongeveer zes procent in 2030. In de grote steden zal dan naar verwachting een vijfde van alle niet-westerse allochtonen door de ziekte getroffen worden. 

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio