De crisis in Oost-Timor heeft zich verder verdiept. Jose Ramos-Horta, de minister van Buitenlandse zaken en Defensie en de voormalige winnaar van de Nobelprijs voor de vrede, heeft zijn ontslag ingediend.
Ramos-Horta stapt op uit protest tegen het aanblijven van premier Mari Alkatiri. De roep om diens aftreden wordt steeds luider. Alkatiri wordt verantwoordelijk gehouden voor de recente gewelddadige rellen in de voormalige Indonesische provincie.
De afgelopen maanden zijn zeker dertig mensen omgekomen bij rellen die ontstonden nadat de premier honderden leden van der strijdkrachten had ontslagen. Australië zag zich zelfs genoodzaakt om 2500 militairen naar het eiland te sturen om de orde te herstellen.
Onvrede
Ook is er grote onvrede over het economische beleid van Alkatiri, die er maar niet in slaagt het land te laten profiteren van de rijke olie- en gasvoorraad. Momenteel is 70 procent van de beroepsbevolking werkloos.
Ook de populaire president Xanana Gusmao heeft zich in het conflict gemengd. Hij dreigde onlangs eveneens met aftreden als de premier niet terugtreedt. Maar Alkatiri zegt aan te zullen blijven zolang hij de steun geniet van zijn regerende Fretilin-partij. En die heeft vandaag opnieuw haar vertrouwen in de premier uitgesproken.
Nobelprijs
Ramos-Horta en Gusmao zijn politieke en persoonlijke vrienden. Zij waren de leiders van het onafhankelijkheidsstrijd tegen de Indonesische bezetters. Daarvoor ontving Ramos-Horta de Nobelprijs voor de vrede.
Oost-Timor was tot 1975 een Portugese kolonie. In 1976 werd het eiland geannexeerd door Indonesië. Sinds 1999 is Oost-Timor onafhankelijk.
Deel deze pagina
»
»
»