Grote grazers in natuurgebied de Oostvaardersplassen in Flevoland moeten niet worden bijgevoerd. Dat staat in een advies aan met ministerie van Landbouw. Het advies van de internationale commissie-Gabor is bindend.
Hiermee komt een einde aan een lange discussie over het al dan wel of niet bijvoeren van heckrunderen, konikpaarden en edelherten in het natuurgebied. In de late winter (van februari tot medio april) komen dagelijks zo'n vijftien tot twintig grote grazers om het leven, omdat ze niet genoeg voer kunnen vinden.
Omdat er een hek om het park staat, kunnen de dieren zich niet verplaatsen naar een voedselrijker gebied. Dieren die lijden worden meestal afgeschoten door Staatsbosbeheer.
Experts
De commissie is ingesteld in 2005 op verzoek van de Tweede Kamer. Naast voormalig staatssecretaris Gabor van LNV bestaat de commissie uit vijf wetenschappers uit Groot-Brittannië, de Verenigde Staten en Frankrijk en twee parkdeskundigen uit Zimbabwe en Spanje. Het zijn allemaal experts op het gebied van ecologie, nationale parken en grote grazers.
Afname van de populatie grazers in de Oostvaardersplassen of zelfs het uitsterven ervan ten gevolge van competitie om voedsel, moet volgens de commissie gezien worden als een natuurlijke ontwikkeling.
In het advies staat verder dat onnodig lijden van zieke of gewonde dieren tot het minimum moet worden beperkt. "Staatsbosbeheer moet er naar streven om 90 procent van de dieren waarbij om welzijnsredenen afschot vereist is, te doden terwijl ze nog kunnen staan", valt te lezen in het rapport.
De commissie-Gabor wil dat de Hollandse Hout, een gebied dat grenst aan de Oostvaardersplassen, tijdens strenge winters wordt gebruikt als foereageergebied en schuilplek voor de grote grazers. Staatsbosbeheer moet ook onderzoeken of het nut heeft de Hollandse Hout permanent open te stellen.
Spoeddebat
Vorig jaar maart werd in de Tweede Kamer een spoeddebat gehouden over het onderwerp, aangevraagd door het CDA-Kamerlid Ormel. Hij maakte zich vanwege de slechte weersomstandigheden grote zorgen. "Er groeit geen grasprietje meer. De dieren verhongeren."
Een aantal jaren geleden werd afgesproken dat de mens zo min mogelijk ingrijpt in de natuur, maar Ormel stelde die afspraak aan de kaak. "Er staat een hek om het gebied heen. Feit is dat de dieren niet wegkunnen. Ik vind dat we daarom een zorgplicht voor ze hebben", zo luidde zijn mening.
Naar aanleiding van het spoeddebat beloofde minister Veerman van Landbouw de dieren bij te voeren, mits een bovengemiddeld aantal dieren sterft. En daar was volgens hem op dat moment geen sprake van.
Aanvankelijk steunde een Kamermeerderheid Ormel die er bij Veerman op aandrong de dieren direct bij te voeren, maar uiteindelijk nam het genoegen met de uitleg van de minister.
Kort geding
Afgelopen maart spande de Dierenbescherming om dezelfde redenen een kort geding aan, maar ook dat leverde niet het gewenste resultaat op voor de dierenliefhebbers. De rechter vond niet dat Staatsbosbeheer een zorgplicht heeft.

»
»
»