NOS-verslaggever Gerri Eickhof bezoekt de Nederlandse troepen in het Afghaanse Kandahar. Binnenkort vertrekken zij naar Uruzgan, waar vanaf augustus honderden Nederlandse militairen gelegerd zullen zijn.
"Die vergelijking maak ik nooit als eerste. Dit hier is niet in een filmstudio bedacht", zegt Floris Idenburg ernstig. Hij is algemeen chirurg in het ziekenhuis van de internationale militaire basis bij het vliegveld van Kandahar. We hebben al een paar keer eerder geprobeerd hem te spreken, maar dat mislukte steeds omdat "Floris stond te soppen", zoals de voorlichters het noemden: hij had alweer een spoedoperatie.
Nu heeft hij eindelijk even tijd. Per dag komen er ongeveer twee gewonden binnen. Dat zijn vooral Afghanen: militairen, politiemensen en burgers. En Taliban. Vijf procent maar zijn militairen van de multinationale troepenmacht. De meesten worden per helikopter uit het slagveld ingevlogen, sommigen komen lopend en kloppen aan de poort.
Idenburg maakt geen onderscheid: "Patiënten dragen geen uniform", zegt hij. Een standpunt dat overigens geheel in overeenstemming is met het Verdrag van Genève.
Topklasse
Hoewel het er zo mogelijk nog rommeliger uitziet dan in de film MASH verzekert Idenburg ons dat het hospitaaltje topklasse is. "Er staat hier apparatuur waar we bij mij thuis, in het Westeindeziekenhuis, jaloers op zouden zijn", grinnikt hij.
Na een rondleiding langs de operatiekamers brengt hij ons naar de zaal. We mogen de patiënten niet herkenbaar filmen, want in het verleden zijn sommige Afghanen die in ziekenhuizen van Westerse troepen waren behandeld bij terugkeer in hun dorp vermoord. Dat risico wil Idenburg niet nemen. Wij ook niet, cameraman Eric filmt slim om de herkenbaarheid heen.
De afgelopen dagen heeft Idenburg letterlijk zijn handen vol gehad aan een meisje van acht. Ze had een kogel in de buik, vermoedelijk opgelopen bij een gevecht tusssen Taliban en troepen van het Afghaanse leger. Ze heeft 24 uur gelopen, ondanks de schotwond, en is uiteindelijk meer dood dan levend in de operatiekamer van de Haagse arts in Kandahar terechtgekomen.
Een paar keer heeft hij somber naar het meisjesgezicht gekeken, het moment afgewacht waarop ze de Canadese knuffelbeer die ze van de verpleging had gekegen uit haar handen zou laten glippen. Maar nu is hij er geruster op: "Ze haalt het waarschijnlijk wel."
Kippenvel
Even later laat Idenburg ons de röntgenfoto's zien waarop de kogel een gitzwarte punt in de buikholte is. En nog meer röntgenopnames van andere patiënten. Ook gewone foto's, van hoe de mensen zijn binnengebracht. Een gruwelkabinet van vreselijke verwondingen. Als ik de bloedige uitsteeksels zie van het lichaam van de tolk die nu al drie weken in het ziekenhuis ligt, begrijp ik waarom beide benen zijn geamputeerd. Op mijn armen staat kippenvel.
Foto's ook van mensen die het niet gered hebben. Wanneer Idenburg er op zijn computerscherm naar kijkt, vertelt hij met een rustig vakmatig enthousiasme over de aard van de verwonding en het verloop van de behandeling. Als hij zich daarna omdraait en vertelt wat hij weet van de achtergronden van de patiënt wordt zijn stem zachter, dan hoor je een man die dag in dag uit onvoorstelbaar leed en verdriet ziet en zich dat aantrekt.
"Zo erg als hier heb ik het nog nooit meegemaakt. Er wordt daarbuiten een asymmetrische oorlog gevoerd."
Successtory
"Kijk", zegt hij weer wat harder, "dit is onze successtory. Die vent had een kogel overdwars door de borst gehad. Die moet je dan in één keer helemaal opensnijden. Maar dat zag er hopeloos uit. Uren geopereerd, uiteindelijk had ik hem eigenlijk al opgegeven. Toen ben ik toch nog even doorgegaan. Dat was net genoeg. En zo ziet-ie er nu uit. Hij moet nog een keer terugkomen voor controle en dan kan ik hem wel ontslaan denk ik".
"Maar soms is het ook omgekeerd. Laatst nog hadden we hier een patiënt waarvan we dachten dat we die er makkelijk doorheen konden slepen. Maar toen liepen de hersens vol en toen zag je hem wegvallen. Het was zo gebeurd."
In de paar maanden dat Floris Idenburg hier nu zit, zijn er acht patiënten overleden. "Soms gaat er iemand dood die je met alles wat je weet en kunt, hebt proberen te redden en dan weet je niet eens hoe hij heet." Zijn stem klinkt weer zacht.
Deel deze pagina
»
»
»