Tien procent van de ouderen tussen 55 en 65 jaar leeft onder de armoedegrens. Dat staat in de Rapportage van het Sociaal en Cultureel Planbureau SCP.
Zo'n 150.000 van deze 'jongere ouderen' hebben minder dan 10.000 euro per jaar te besteden, bijvoorbeeld doordat ze arbeidsongeschikt zijn of op latere leeftijd werkloos zijn geworden.
Recessie
Veel 55-plussers zijn door de recessie hun baan kwijtgeraakt en vinden niet snel een nieuwe. Ze moeten vaak een lange periode rondkomen van een laag inkomen. Deze groep wordt geconfronteerd met een inkomensachterstand van gemiddeld 22 procent.
Vroeger werd deze mensen volgens het SCP nog opgevangen door vut- en prepensioenregelingen, maar die zijn inmiddels afgeschaft.
Hun financiële situatie verbetert vaak als ze 65 worden. Ze komen dan in aanmerking voor een ouderenkorting, maar ook voor betere aanvullende pensioenen naast de AOW.
Actiever
Uit het rapport van het SCP blijkt verder dat ouderen tussen de 55 en 75 jaar steeds actiever worden. Doordat mensen steeds langer gezond blijven en een hoger opleidingsniveau hebben, werken ze langer door of doen ze vrijwilligerswerk.
Vorig jaar werkte 52 procent van de mannen van 55 tot en met 64 jaar; in 1992 was dat 40 procent. Bij de vrouwen in deze leeftijdscategorie steeg de arbeidsparticipatie van 11 naar 27 procent.
Tien jaar geleden stopten mensen gemiddeld met werken als ze rond de 60 waren, nu is dat verschoven naar 61 of 62.
Deel deze pagina
»
»
»