In New York is de film The War Tapes in première gegaan. De film, die op het Tribeca Filmfestival in New York de prijs voor beste documentaire won, laat de belevenissen zien van drie Amerikaanse soldaten in Irak. Zij hebben zichzelf in 2004 een jaar lang gefilmd met een digitale camera.
De film van 94 minuten vertelt een bizar verhaal, onder bizarre omstandigheden. 'Hoofdrolspelers' zijn de specialist Mike Moriarty, sergeant Steve Pink en sergeant Zack Bazzi. Zij zijn onderdeel van de New Hampshire National Guard, die gestationeerd is op een kazerne in de buurt van Bagdad.
Reality-show
De film is reality-show. Op afstand geholpen door regisseur Deborah Scranton laten Moriarty, Pink en Bazzi de Amerikanen zien in hun kazerne waar ze grappen maken, tijdens een beschieting van een verdacht huis waarin zich slechts een ezel bevindt, en onderweg op patrouille.
Bij één van die patrouilles treffen de Amerikanen een dode koe aan. Die steken ze in brand, omdat de soldaten bang zijn dat opstandelingen er een bom in hebben verborgen. Het fragment toont de waanzin waaraan de Amerikanen soms ten prooi vallen tijdens hun missie.
Enkele delen van de film zijn pikdonker. Er lijkt iets aan de hand te zijn, maar niemand weet waar het gevaar vandaan komt. Het is wachten op een aanval. Na het kraaien van een onschuldigde haan, klinken er plotseling heftig geweervuur en ontploffingen. "Ik schiet terug", zeggen de soldaten, "al is het de paus".
Texas
Een ander fragment laat de soldaten zien in een pakhuis, waar de persoonlijke wapens van Saddam Hussein liggen opgeslagen. Ze vinden Saddams jachtgeweer. "Zo'n ding wil ik ook wel hebben in Texas", zegt één van hen.
Niet alleen Saddams jachtgeweer ligt er. Ook een stuk van het beroemde neergehaalde standbeeld in Bagdad. "Raad eens, hier hebben we het hoofd van Saddam. Destijds zijn ze de hele dag bezig geweest om het neer te halen. In een kist ziet het hoofd er prima uit."
De film velt geen oordeel over de oorlog. Moriarty, Pink en Bazzi zijn alle drie voorstander van de omstreden oorlog en hebben hun mening nauwelijks herzien na terugkomst in de VS.
11 september 2001
Zo omschrijft Moriarty zichzelf als "superpatriot". Moriarty is er trots op dat hij naar Irak is gegaan, want op die manier kan hij hoogstpersoonlijk wraak nemen voor de terreur-aanslagen van 11 september 2001.
Dat Irak weinig met 11/9 te maken heeft, lijkt Moriarty niet veel te kunnen schelen. Moriarty geeft wel toe dat hij elke minuut in Irak heeft gehaat. Terug wil hij niet, "voor nog geen half miljoen dollar".
Moriarty blijft erbij dat de oorlog gerechtvaardigd is en niet om de Iraakse olie gaat. Sergeant Steve Pink is er juist van overtuigd dat het wel om behoud van de Amerikaanse toegang gaat tot de Iraakse olie. "Dat is ze geraden ook, we zijn geen medewerkers van het Peace Corps (een Amerikaanse vrijwilligersorganisatie over de hele wereld vrede probeert te brengen, red.)."
Thuisfront
The War Tapes maakt ook duidelijk dat het thuisfront vaak weinig begrijpt van de gevoelens en ervaringen van de soldaten. Moriarty, Pink en Bazzi praten met familie en vrienden maar weinig over hun belevenissen in Irak.
Pink merkt op dat veel mensen niet weten hoe ze hen moeten benaderen. Maar hij voegt eraan toe dat er ook maar weinig is dát mensen tegen hem kunnen zeggen. Maar dan betrekt zijn gezicht en geeft hij toe dat het toch wel fijn zou zijn als iemand tegen hem zou zeggen: "Ik ben blij dat je weer thuis bent".
Deel deze pagina

»
»
»