De vier grote steden zijn tegen een verbod op kraken. Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht hebben dit geschreven in een brief aan minister Dekker van Volkshuisvesting. Zij vrezen dat de leegstand dan toeneemt.
Dekker wil deze maand een anti-kraakvoorstel naar de Tweede Kamer sturen, die daar op 31 januari in een motie om heeft gevraagd.
Altijd strafbaar
Nu is het zo dat kraken niet strafbaar is, als een pand langer dan een jaar leegstaat. Eigenaren doen daarom hun best om langere leegstand te voorkomen.
Volgens een woordvoerder van de minister wil zij kraken altijd strafbaar maken, "maar daar moet dan wel iets tegenover staan van de kant van de eigenaren van de panden, in de vorm van een deugdelijke invulling van de gebouwen".
De vier grote steden zeggen dat ze weliswaar geen voorstanders van kraken zijn, maar bang zijn dat een verbod de problemen alleen maar groter maakt.
"Als de plannen van de minister doorgaan, dan raken de gemeenten een stok achter de deur kwijt in de strijd tegen leegstand", zegt de Haagse wethouder Norder, die de brief namens de vier heeft verstuurd.
Jaren 80
De motie van 31 januari was een initiatief van de LPF en kreeg de steun van VVD, CDA, ChristenUnie, SGP en Groep Nawijn.
Het kraken beleefde zijn hoogtijdagen in de jaren 80. Naar schatting woonden er toen zo'n 20.000 actievoerders - tegen de woningnood - in kraakpanden. Nu zouden het er ongeveer duizend zijn.
In 1994 is het kraken moeilijker geworden omdat aan de Huisvestingswet is toegevoegd dat het kraken van panden die korter dan twaalf maanden leegstaan, strafbaar is.
Als de termijn van een jaar is verlopen, mag kraken nog altijd niet volgens de wet, maar is het juridisch lastig om de krakers aan te pakken.

»
»
»