Jarenlang te hoge energierekening

Huishoudens en bedrijven hebben in de periode 2000 - 2005 een half miljard euro teveel betaald voor hun energie. Dat zegt de Vereniging van Grootverbruikers, VEMW.  

Door een regeling van het ministerie van Economische Zaken was het in die periode voor een groot aantal energiebedrijven niet mogelijk om veel goedkope stroom uit het buitenland te importeren. 

VEMW, had een rechtszaak aangespannen tegen het ministerie. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven deed vanmorgen uitspraak.

Ziekenhuizen

Stroom was in de periode 2000-2005 onnodig duur. Slechts een klein aantal energiebedrijven kreeg van de overheid de mogelijkheid om goedkope stroom uit het buitenland te importeren. 

Volgens het College van Beroep voor het Bedrijfsleven had het ministerie van Economische Zaken meer bedrijven die mogelijkheid moeten geven. Dan hadden huishoudens en grootverbruikers, als bedrijven of ziekenhuizen, kunnen profiteren van een lagere energierekening.

De leden van VEMW gaat, naar aanleiding van de uitspraak van het college, claims indienen. Of de huishoudens en de bedrijven het geld terugkrijgen, is nog onzeker. Als de claims uiteindelijk door de rechter worden toegewezen, betekent dat een forse tegenvaller voor de overheid. 

Minister Brinkhorst heeft kort na de uitspraak laten weten niet van plan te zijn om uit zichzelf, dus zonder tussenkomst van de rechter, de claims te honoreren. 

Voorrangsregeling

De voorrangsregeling voor energiebedrijven werd ten tijde van de liberalisering van de energiemarkt in het leven geroepen. Vier leveranciers, het huidige Eon, Nuon, Essent en Electrabel zaten met die liberalisering in hun maag. 

Ze hadden een wettelijke verplichting om altijd stroom te kunnen leveren. Daarom hadden ze langlopende contracten afgesloten met buitenlandse stroomproducenten. 

De prijs voor die elektriciteit was hoog, veel hoger dan de prijs op de vrije markt. Omdat de markt werd vrijgegeven, dreigden de leveranciers hun dure stroom niet meer kwijt te kunnen.

Ze vroegen om bescherming bij het ministerie van Economische Zaken. En die kregen ze. Het ministerie liet de toezichthouder op de stroommarkt een regeling invoeren. De vier leveranciers kregen  voorrang bij het importeren van hun dure stroom. Andere bedrijven konden hierdoor minder stroom uit het buitenland halen, want de importcapaciteit op het net was beperkt. Dat hield de prijzen kunstmatig hoog.

Discriminatie

De VEMW tekende direct in 2000 bezwaar aan tegen de voorrangsregeling. De vereniging stelde dat haar leden door de regeling voordelige stroom waren misgelopen. 

"Omdat de elektriciteit in het buitenland op dat moment aanmerkelijk goedkoper was dan in Nederland waren er veel partijen die contracten in het buitenland wilden afsluiten", blikt Hans Grünfeld, directeur van de VEMW, terug. "Die contracten afsluiten ging natuurlijk prima. Alleen je hebt weinig aan een contract als je het niet op de Nederlandse elektriciteitsleidingen binnen kan krijgen."

En dat is in strijd met de Europese regels. Daarin staat dat elke vorm van discriminatie op een vrije markt verboden is. 

Het Europese Hof van Justitie bracht er vorig jaar advies over uit aan de rechters van het Nederlandse College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Kort na dit zwaarwegende advies, in september 2005, stopte de beheerder van het elektriciteitsnet TenneT al met het uitvoeren van de voorrangsregeling. 



Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio