Amnesty hekelt Haags asielbeleid

Nederland komt voor het eerst in jaren weer voor in het jaarboek van Amnesty International. In haar traditionele rapport uit de mensenrechtenorganisatie haar zorgen over het Nederlandse asiel- en migratiebeleid. 

Amnesty noemt in het jaarboek 2006 twee dubieuze uitzettingen uit Nederland. In het eerste geval gaat het om de Syriër Abdul Rahman al-Musa. Hij kwam uit de VS en is via Schiphol naar zijn vaderland gestuurd, waar direct werd opgesloten in een gevangenis met een streng, onmenselijke regime. 

De tweede gevangene die in het rapport wordt genoemd, is de Egyptenaar Mohammed A. Hij werd verdacht van fraude met Amerikaanse telefoonkaarten. Nederland leverde hem uit aan de VS. 

Amnesty vreesde in 2005 dat de Amerikanen Mohammed A. als vijandige strijder zouden beschouwen en hem geen toegang tot een rechtbank zouden geven, of hem zouden opsluiten op Guantánamo Bay. Inmiddels hebben de Amerikanen verzekerd dat Mohammed A. een normaal proces krijgt. 

Gunstige ontwikkelingen

In het jaarboek schrijft Amnesty verder dat het de goede kant op gaat met de mensenrechten. Wel schrijft Amnesty dat de gunstige ontwikkelingen nog fragiel zijn. De mensenrechtenorganisatie put hoop uit de wetenschap dat steeds meer instellingen mensenrechtenschendingen onderzoeken. 

Amnesty prijst in dat verband het Europese Parlement en de Europese Raad. Beide organen lieten onderzoeken of Europa betrokken is bij 'buitenwettelijke overdrachten' van terreurverdachten door de Verenigde Staten naar landen waar de gedetineerden mogelijk worden gemarteld. 

Ook het hoogste Britse rechtscollege krijgt een pluim. Dat orgaan verwierp de opvatting van de Britse regering dat door marteling in het buitenland verkregen informatie kan dienen als bewijsmateriaal. Mexico en Liberia worden geroemd omdat die landen gehoor hebben gegeven aan de al jaren klinkende oproepen om de doodstraf af te schaffen. 

Strijd tegen terreur

Maar het gaat nog lang niet goed genoeg, benadrukt Amnesty tegelijkertijd. De organisatie blijft zich zorgen maken over de uitwassen van de strijd tegen terreur. 

Vooral landen in het Midden-Oosten grijpen die strijd aan om de noodtoestand te handhaven, zoals Egypte. Ook China, Singapore, Maleisië en Kenia worden op de vingers getikt wegens hun aanpak van terreurdreigingen. 

Amnesty hekelt verder de verslapte aandacht voor regionale conflicten die al jaren spelen, zoals in Darfur, Tsjetsjenië, Colombia, Ivoorkust en Sri Linka. In al die regio's en landen worden de mensenrechten met voeten getreden. 

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio