Een grote meerderheid van de Tweede Kamer steunt een wetsvoorstel van minister Donner (Justitie), waarmee politie en justitie veel meer bevoegdheden krijgen. Doel hiervan zou zijn dat mensen die terreuracties voorbereiden, eerder worden gevonden. Zo kunnen volgens het kabinet aanslagen worden voorkomen.
Dat bleek woensdagavond in een debat over dit wetsvoorstel, dat een vervolg is op een eerder aangenomen anti-terreurwet. Hierin ging de straf voor terreurmisdrijven omhoog en werd zogeheten samenspanning strafbaar.
Aanwijzing
Volgens het nieuwe voorstel kan een aanwijzing voor terreurplannen al leiden tot de inzet van bijzondere opsporingsmethoden, zoals observatie, infiltratie en telefoontaps. Nu moet eerst nog sprake zijn van een redelijk vermoeden.
Verder mogen opsporingsdiensten meer preventief fouilleren, eerder gegevens van groepen personen opvragen en verdachten sneller in bewaring stellen. Ook kan justitie stukken in het strafdossier langer geheim houden, tot 27 maanden. Nu is dat drie maanden.
Moeite
Alle fracties in de Kamer, behalve het CDA, hadden moeite met het begrip 'aanwijzing'. Met name de SP en GroenLinks zijn bezorgd dat onschuldige mensen worden aangepakt en dat straks iedereen een verdachte kan worden, ook als dat niet terecht is.
OppositiepartijĀ PvdA ging uiteindelijk akkoord met de belofte van minister Donner dat informatie 'concreet en controleerbaar' moet zijn. Een omschrijving hiervan in de wet opnemen, vond de PvdA echter niet nodig.
Vergoedingsregeling
PvdA en regeringspartij VVD willen een aparte vergoedingsregeling voor mensen die ten onrechte van terrorisme zijn verdacht of schade hebben geleden door acties van politie en justitie. Donner voelt daar niets voor, omdat die regeling onderscheid zou maken tussen soorten slachtoffers.
De Kamer stemt dinsdag over de nieuwe anti-terreurwet. Als deze wordt aangenomen, gaat hij dit jaar nog in.
Deel deze pagina
»
»
»