door correspondent Daan van de Staaij
Het nieuwe Rotterdamse stadsbestuur wil bruggen bouwen tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Een honderd miljoen kostend sociaal programma moet het verschil maken. Toch wordt de politieke koers van het vorige college, dat werd gevormd door Pim Fortuyn, grotendeels doorgezet.
Het nieuwe college van B&W wordt gevormd door de PvdA, winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen, CDA, VVD en GroenLinks. Leefbaar Rotterdam, de tweede partij in de stad, gaat na vier jaar regeren de oppositie in.
De onderhandelaars presenteerden het verkiezingsprogramma en de wethouderskandidaten in een restaurant in de veelkleurige Rotterdamse Afrikaanderwijk. Over het akkoord, dat de titel 'Perspectief voor iedere Rotterdammer' draagt, is negen weken onderhandeld.
Kansen bieden
Speerpunten zijn werkgelegenheid, jeugd, veiligheid en integratie. Het bestuur investeert de komende vier jaar ruim 100 miljoen extra in wat wordt genoemd de 'sociale opgave': banen voor laaggeschoolden, armoedebestrijding, jeugdbeleid en opvoedingsondersteuning. Startende ondernemers kunnen rekenen op extra steun. Het beroepsonderwijs moet meer praktijkgericht worden en er komen internaten voor 'dropouts'.
Zoals Fortuyn met Leefbaar Rotterdam inzette op veiligheid, zo wil het nieuwe college de sociale problematiek aanpakken. Het nieuwe motto luidt 'kansen bieden aan iedereen'. Iedereen in Rotterdam moet aan het werk, onderwijs volgen of zich op een andere manier nuttig maken, vinden de coalitiepartijen.
Het beleid van het vorige college (Leefbaar Rotterdam, CDA, VVD) wordt op kleine wijzigingen na voortgezet. Zoals het omvangrijke veiligheidsprogramma en het strenge inburgeringbeleid. Het woningbouwprogramma blijft erop gericht midden-en hogere inkomens aan de stad te binden een van de speerpunten van Fortuyn. Maar ook het veelbesproken spreidingsbeleid, waarbij werklozen uit probleemwijken worden geweerd, blijft overeind.
Integratiedebat
De nieuwe coalitie kiest wel een radicaal andere koers in het integratiedebat. De tijd van confrontatie is voorbij, dialoog is het parool.
Rotterdam zette landelijk de toon met een hard integratiedebat, vooral over de rol van de islam in de samenleving. Het nieuwe college is dat niet van plan: de toon wordt positiever. Het moet voortaan gaan over het gedrag van burgers, niet over afkomst of religie, benadrukken de partijen.
Rotterdam zal, met instemming van de gemeenteraad, worden bestuurd door acht wethouders, onder wie twee bestuurders met een Turkse achtergrond.
Meest opvallende nieuwkomer is oud-LPF-minister Roelf de Boer. Hij was minister van Verkeer in het 1e kabinet-Balkenende. De Boer gaat namens de VVD zich bezighouden met Haven, Economie en Milieu. Andere opvallende kandidaat-wethouders zijn Dominic Schrijer (PvdA, Sociale Zaken, Werk), vertrouweling van Wouter Bos, en Orhan Kaya (GroenLinks, Integratie). Voor het CDA keren de twee wethouders uit het vorige college terug: Leonard Geluk en Lucas Bolsius.
Verdeeldheid
De Rotterdamse PvdA, met 18 zetels de grootste, koos bewust voor een vierpartijencollege in plaats van een 'linkse' coalitie zoals in andere steden. De partij wil zo de groeiende verdeeldheid tussen bevolkingsgroepen in de stad beteugelen.
Die tweedeling werd ook manifest tijdens de verkiezingen op 7 maart. Rotterdam viel uiteen in twee machtsblokken: PvdA en Leefbaar Rotterdam, allebei goed voor ruim een derde van alle stemmen. Vooral de allochtone kiezers hielpen de PvdA aan de overwinning. Door zowel te kiezen voor 'continuïteit' als voor 'vernieuwing' hoopt de nieuwe coalitie álle Rotterdammers tevreden te stellen.
Rotterdam is de laatste stad waar de collegeonderhandelingen zijn afgerond. In alle andere grote steden werd eerder al een stadsbestuur geïnstalleerd.
Deel deze pagina