Justitie heeft twee journalisten van de krant De Telegraaf ondervraagd, omdat ze ervan worden verdacht staatsgeheimen te hebben gepubliceerd.
Het zou gaan om geheime dossiers over topcrimineel Mink K. Volgens de Volkskrant en De Telegraaf moesten de verslaggevers Joost de Haas en Bart Mos tijdens hun verhoor op dinsdag een schrijftest doen voor hun handschrift.
Ook moesten zij DNA-materiaal en vingerafdrukken afstaan. Het is voor het eerst dat journalisten DNA moesten afgeven aan justitie.
Bart Mos: "Ik vind het schokkend dat wij als verdachten worden aangemerkt. Wij hebben - volgens ons - niets anders gedaan dan de klok geluid over een niet onbelangrijke misstand en het Openbaar Ministerie weet dan niets beters te verzinnen om ons als verdachten aan te merken."
"Zeer bezwaarlijk"
Thomas Brunning, secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten (NVJ) vindt de situatie "zeer bezwaarlijk". "Journalisten moeten hun werk kunnen doen. Dit houdt onder meer in dat ze staatsgeheimen naar buiten moeten kunnen brengen. Het is de taak van de journalisten om burgers op de hoogte te brengen van documenten die in het criminele circuit circuleren."
Volgens Brunning is dit "het zoveelste incident, waarmee de relatie tussen de Nederlandse justitie en de media verder onder druk komt te staan".
De NVJ heeft laten weten de twee verslaggevers juridisch te ondersteunen. De twee journalisten zijn overigens niet aangehouden.
AIVD
In januari schreef De Telegraaf dat geheime informatie van de inlichtingendienst AIVD in de criminele kringen circuleerde. Het ging om verslagen van AIVD-onderzoek naar Mink K., die hij zelf in bezit had gekregen. De krant publiceerde delen uit deze dossiers.
