Nog maar nauwelijks bijgekomen van de chaotisch verlopen verkiezingen in april moeten de Italiaanse politici nu een nieuwe president kiezen. Een waardige opvolger van Carlo Azeglio Ciampi, die in de zeven jaar van zijn ambtstermijn is uitgegroeid tot een "vader" van alle Italianen.
Want ook al heeft de president weinig feitelijke macht, hij heeft wel veel prestige en dient een boven alle partijen verheven figuur te zijn. Hij moet nieuwe wetten op hun grondwettelijkheid toetsen en mag die eventueel afwijzen.
De verkiezing vindt plaats tijdens een gezamenlijke zitting van alle leden van Kamer en Senaat, samen met vertegenwoordigers van de twintig gewesten.
Grote kiezers
In totaal betekent dat 1010 Grote Kiezers, die allemaal één voor één naar voren komen om hun stem te deponeren in één van de "slabakken", zoals de wat oneerbiedige bijnaam is van de wonderlijk uitziende stembussen. Bij de eerste drie stemmingen is een tweederde meerderheid nodig, daarna volstaat een simpele meerderheid van stemmen.
Maar het kiezen van een president is niet eenvoudig in Italië. De geschiedenis leert dat slechts drie van de tot nu toe tien presidenten al meteen bij de eerste stemming werden aangewezen.
Meestal duurt het langer, met als absolute recordhouder Giovanni Leone die in 1971 pas na 23 stemmingen als president uit de bus kwam. Om dit soort uitputtingsslagen te voorkomen én om de onderlinge dialoog open te houden proberen de coalities van Romano Prodi en Silvio Berlusconi al dagenlang achter de schermen tot een voor beide kampen acceptabele kandidaat te komen.
Zonder succes, want Berlusconi wees resoluut Prodi's eerste kandidaat Massimo D'Alema af, de voorzitter van de Democratische Partij van Links en, volgens Berlusconi, een rasechte communist. Ook de nieuwe kandidaat van Prodi, Giorgio Napolitano, vindt weinig bijval.
Letta
De 80-jarige Napolitano was voorzitter van de Kamer en minister van binnenlandse zaken, en is, net als D'Alema, afkomstig uit de communistische partij. Nu Prodi's coalitie ook al de beide voorzitters van het parlement bemachtigd heeft, eist Berlusconi een hem gunstig gezinde president. Daarom stelt hij zijn eigen rechterhand, Gianni Letta, voor. Een als vriendelijk en integer bekend staande politicus.
Maar in feite heeft Berlusconi weinig te willen, want dankzij de zetelbonus die Prodi met zijn overwinning verkreeg, heeft zijn coalitie de meerderheid onder de Grote Kiezers.
Hij hoeft dus maar te wachten tot de vierde stemming om zijn kandidaat door te kunnen drukken. Dat wil zeggen, als hij zijn eigen gelederen gesloten weet te houden. Want in het Italiaanse politieke spel zijn "sluipschutters" geen uitzondering: parlementariërs die stiekem op een andere kandidaat stemmen dan die van hun coalitie. En daarmee voor onverwachte verrassingen zorgen.
