Het aantal konijnen in de Nederlandse duinen is voor het eerst sinds 2003 weer flink gegroeid, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. In de Amsterdamse Waterleidingduinen krioelt het weer van de konijnen. Die vermenigvuldigen zich zó snel dat er nu al meer van zijn dan in het laatste topjaar 1992.
De cijfers duiden er op dat de konijnenstand zich herstelt van de virusziekte VHS, die in de jaren negentig zorgde voor massale sterfte.
Maar de aantallen groeien niet overal zo snel. Op de hoge zandgronden van de Utrechtse Heuvelrug blijft de populatie bijvoorbeeld net stabiel en in heel Nederland neemt het aantal konijnen nog steeds af, zo heeft het CBS becijferd.
Een besmettelijke ziekte slaat meestal harder toe onder grote populaties, zoals die in de duinen. Maar die bouwen hierdoor ook eerder weerstand op tegen een virus. Dat is volgens de onderzoekers de oorzaak van de groei bij de duinkonijnen.
Bezorgd
Stichting Duinbehoud is blij met de cijfers, maar waarschuwt voor vroeg optimisme. Het is nog onzeker of het herstel ook blijvend is.
"We zijn nog heel bezorgd dat de ziekte opnieuw zal toeslaan en krijgen geen signalen van resistentie tegen het virus onder de konijnen", zegt een woordvoerder van de stichting.
Konijnen zijn belangrijk voor natuurgebieden. Ze eten veel gras en wroeten in de grond, waarmee ze bijdragen aan een open en gevarieerd landschap.
Deel deze pagina