De vier oud-bestuursleden van Ahold hebben emotionele betogen gehouden op de laatste dag van de strafzaak.
Vooral ex-bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven moest een brok in zijn keel wegslikken toen hij zei diep gekrenkt te zijn door het verwijt van justitie dat hij niet integer zou zijn. "Dat heeft mij veel pijn gedaan."
"Er is niets waar van vermeende leugens en ze zijn wat mij betreft in dit proces ook niet overeind gebleven", zei Van der Hoeven, gesteund door zijn vrouw, die ook in de rechtszaal aanwezig was.
De consolidatiekwestie bij Ahold is door het Openbaar Ministerie onevenredig zwaar aangezet, betoogde hij in een tien minuten durend betoog. Van der Hoeven omschreef zijn verklaring als "een bevrijding".
Monster
Ook de andere drie verdachten leken met hun verklaring de rechtbank ervan te willen overtuigen dat ze al voldoende gestraft zijn door alle negatieve publiciteit.
Oud-financieel topman Michiel Meurs, opvallend stil tijdens de afgelopen zestien zittingsdagen, sprak uitgebreid over de "publiekelijke vernedering" die hij sinds zijn aftreden heeft ervaren. "Ik heb nooit iemand willen misleiden" voegde hij daaraan toe. "Wel weet ik dat ik vecht tegen de beeldvorming en dat is een veelkoppig monster."
Oud-bestuurder Jan Andreae, verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in de supermarkten, was naar eigen zeggen geschokt dat hij als verdachte werd aangemerkt. "Het is een raadsel hoe het OM kan spreken van fraude door de Raad van Bestuur zonder aan te geven hoe. Het OM zegt niets over het motief of persoonlijke voordeel. De geëiste gevangenisstraf ervaar ik als zeer onrechtvaardig."
Tegen Andreae is een jaar gevangenisstraf geëist, waarvan een halfjaar voorwaardelijk. Van der Hoeven en Meurs riskeren een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan zes voorwaardelijk. Voormalig commissaris Roland Fahlin hoorde de laagste straf tegen zich eisen: een jaar cel, waarvan negen maanden voorwaardelijk.
Schade
Fahlin is verbaasd dat het OM hem vervolgt met zulk "beperkt bewijs". "Mijn rollen worden verkeerd geïnterpreteerd."
Fahlin benadrukte dat de aanklacht hem, als bekend Zweeds zakenman, ernstig heeft beschadigd. "De mij nog resterende actieve jaren zijn hierdoor geruïneerd." Het is te laat om de schade te repareren, sprak Fahlin. "Maar het is niet mogelijk iets te bewijzen dat niet waar is."
De rechtbank doet op 22 mei uitspraak.
