Door Jef van Gool, mede-oprichter Literatuurplein.nl
Zijn boeken zijn in 28 talen vertaald en al vele jaren werd hij (als zovelen overigens) genoemd als een van de grote kanshebbers op de Nobelprijs. De Ramon Magsayprijs, de bescheiden Filippijnse
versie, heeft hij wel gewonnen.
In 1998 kreeg Pramoedya Ananta Toer de PEN Freedom-to-write Award. In 1980 werd hem een publicatieverbod opgelegd dat nooit officieel is opgeheven, al is zijn werk wel overal te krijgen. Vandaag is hij, 81 jaar oud, overleden in zijn woonplaats Bogor bij Jakarta, zo is in Indonesie bekendgemaakt.
Pramoedya is op 6 februari 1925 geboren in Blora, een armoedige stad op de grens van Midden- en Oost-Java. Toen hij tien was, maakte hij voor het eerst kennis met censuur.
De boeken van zijn vader, een onderwijzer met sterk nationalistische idealen, werden door vertegenwoordigers van het Nederlandse koloniale gezag in beslag genomen.
Japanse inval
Zijn schoolopleiding moest hij door de Japanse inval afbreken. Hij maakte toen van de journalistiek zijn beroep. Na de revolutie van '45, toen hij meteen partij koos voor de Republiek, werd hij in Jakarta redacteur van Sadar. Na de eerste politionele actie in 1947 moest hij ondergronds gaan werken.
In 1947 werd Pramoedya door Nederlandse militairen aangehouden toen hij pamfletten tegen de militaire actie wilde verspreiden. Zonder enige vorm van proces draaide hij voor meer dan twee jaar de gevangenis in.
In In de fuik deed hij verslag van zijn twee jaar van opsluiting en dwangarbeid op een eilandje in de baai van Jakarta. Tijdens die gevangenschap begon hij met het schrijven van romans en verhalen.
In 1990 en 1991 verschenen twee romans uit die periode voor 't eerst in vertaling: Guerrillafamilie, over 'n arm gezin dat door de revolutie verdeeld raakt, en De vluchteling, dramatische gebeurtenissen vlak voor de Japanse capitulatie.
Underdogs
De vroege werken van Pramoedya, de romans Guerrillafamilie en De vluchteling en de verhalen die werden gebundeld in Bericht uit Kebayoran en Verloren, treffen door zijn mededogen
met de zwakkeren, met de underdogs die ten onder gaan in het geweld dat over hen komt.
Een aantal van de verhalen uit Verloren is opgenomen in de bundel Wat verdwenen is. De ondertitel (Verhalen uit Blora) geeft al aan dat veel van die verhalen autobiografisch zijn.
In het onafhankelijke Indonesie voelde Toer zich al snel teleurgesteld door de nieuwe machthebbers. De roman Korruptie uit 1955 getuigde daarvan.
In 1953 reisde Pramoedya Ananta Toer met zijn gezin naar Nederland, waar hij een maand of zes zou wonen en werken. Hij schreef er onder meer 'De bron van alle kwaad', opgenomen in Verhalen van Djakarta (1957, vert.2002).
Een jaar later, terug in zijn vaderland, verhuisde hij na onenigheid met zijn vrouw naar een steegje in Jakarta dat niet eens een naam had. Drie keer betrok hij er een ander huurpand tot hij van
zijn verdiensten als redacteur van een buitenlands tijdschrift een stuk land kocht, waar hij in 1958 een huis bouwde.
Hij woonde er tot 1965, toen hij op het eiland Buru gevangen werd gezet. Hij zou veertien jaar worden vastgehouden.
Soeharto
Na de militaire putsch op 1 oktober '65 die Soeharto aan de macht bracht, werd de jacht geopend op al wat links was. Ook Pramoedya Ananta Toer, lid van de communistische kunstenaarsbond LEKRA, werd opgepakt. Van de veertien jaar van zijn gevangenschap zat hij er tien op Buru, een eiland in de Zuid-Molukken.
Over de verschrikkingen op Buru schreef hij twee boeken onder de titel Lied van een stomme (vertaald in 1990 en '91). In die notities en nooit verzonden brieven schreef hij behalve over de ervaringen als gevangene over zijn leven daarvoor.
Nadat hij in 1980 in vrijheid gesteld was, kreeg hij tien jaar huisarrest en werd hem een publicatieverbod opgelegd.
Omdat hem als gevangene op Buru eerst schrijfmateriaal onthouden was, vertelde Toer verhalen aan zijn medegevangenen.Die zouden later tot een cyclus worden die een hoogtepunt is van de literatuur over Nederlands-Indie.
De Geus bracht in 2005 een herdruk van deze tetralogie bestaande uit Aarde der mensen, Kind van alle volken, Voetsporen en Het glazen huis.
Minke
De cyclus verhaalt het leven van Minke, waarvoor de journalist en nationalist Tirto Adisjoero (1880-1918) en ook Toer zelf model stonden. Minke is een Javaan van adellijke afkomst die -na een diepe
vernedering door de westerlingen- een leidend figuur wordt in de ontvoogding.
Het schrijverschap van Pramoedya Ananta Toer is mede bepaald door enkele reizen die hij eind jaren '50, Begin jaren '60 naar China maakte. Gecharmeerd door het Chinese model meende hij dat schrijvers moesten bijdragen aan het totstandkomen van een rechtvaardiger maatschappij.
Als sociaal geengageerd schrijver ging hij een polemiek aan met auteurs die de autonomie van de literatuur bepleitten.
In een interview met Kees Snoek in 1992 dat werd opgenomen in het door De Geus gepubliceerde Pramoedya Ananta Toer van Snoek en August Hans den Boef, gaf hij voor het eerst aan dat hij tijdens zijn derde reis,in 1960, tot het inzicht kwam dat het Chinese systeem evenmin deugde.
Deel deze pagina