Doden Watersnood opgegraven

Aangepast op
Binnenland

Voor enkele Zeeuwse families wordt na zestig jaar mogelijk duidelijk waar hun familieleden die bij de Watersnoodramp zijn omgekomen, begraven liggen. In de gemeente Schouwen-Duiveland worden vanaf volgende week 32 onbekende slachtoffers van de ramp uit 1953 opgegraven.

Hun DNA wordt opgeslagen in de DNA-databank voor Vermiste Personen. Als er een match is met ander erfelijk materiaal, wordt duidelijk wie het slachtoffer is. Wel moet daarvoor DNA van familieleden van de slachtoffers zijn opgeslagen. Mensen die tijdens de Watersnoodramp een familielid verloren hebben en nooit hebben gevonden, kunnen DNA afstaan bij de politie.

Emoties

Omdat de Watersnoodramp in veel gemeenten nog emoties oproept, wilde de burgemeester van Schouwen-Duiveland eerst weten hoe er in zijn gemeente over de opgravingen wordt gedacht. Hij gaf na overleg met onder anderen een dominee en een oud-directeur van het Watersnoodmuseum toestemming om de lichamen op te graven.

De opgegraven lichamen worden na afname van DNA nog dezelfde dag herbegraven. Familieleden mogen uiteindelijk zelf beslissen wat er met het begraven lichaam gebeuren moet.