Unieke zaak Internationaal Gerechtshof

Voor het eerst klaagt een land een ander land aan wegens genocide. Bosnië wil vanaf vandaag bewijzen dat Servië en Montenegro doelbewust, tussen 1992 en 1995, honderdduizenden mensen heeft vermoord. Het hof, dat in het Vredespaleis in Den Haag zetelt, heeft nog nooit eerder zo'n klacht van staten behandeld.

Belgrado ontkent dat de staat ooit de intentie heeft gehad om Bosnische moslims uit te roeien en zegt dat er geen enkel bewijs is. Radoslav Stojanovic, één van de advocaten van Servië en Montenegro, geeft toe dat er mogelijk wel individuen waren die Bosnische moslims wilden vermoorden, maar dat niet te bewijzen valt dat de staat of het Servische volk genocide voor ogen had.

De Bosniërs beweren daarvoor wel het bewijs te hebben. Ze zouden over documenten beschikken die kunnen staven dat het Joegoslavische leger, gesteund door Belgrado, tienduizenden Bosniërs uit hun huizen hebben verjaagd, gedood, verkracht, gemarteld en gevangen genomen. 

Oorlogsmisdaden

Het VN-Joegoslavië Tribunaal heeft al eerder bepaald dat de massamoord in de moslimenclave Srebrenica in het oosten van Bosnië, in 1995, genocide was. Het Tribunaal vervolgt momenteel ook de Joegoslavische ex-president Slobodan Milosevic voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden.

De Bosnische advocaten zullen de bewijsvoering van het Joegoslavië Tribunaal waarschijnlijk ook gebruiken in de zaak voor het Internationaal Gerechtshof. 

Spandoeken

Honderden overlevenden van de oorlog in Bosnië stonden vandaag voor het Vredespaleis. Ze hielden een spandoek omhoog met daarop de namen van alle slachtoffers van Srebrenica. 

Als Bosnië deze zaak wint, wil het geld zien. Servië en Montenegro moeten dan meebetalen aan de wederopbouw van Bosnië. Dat kan in de miljarden dollars lopen. 

Het gerechtshof denkt 9 mei klaar te zijn met de zittingen. 

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio