De angst van 23-F

Door Rop Zoutberg, correspondent in Spanje

"Wie was luitenant-kolonel Antonio Tejero? Een misdadiger? Een gek verkleed als stierenvechter, zoals een krant hem omschreef?" José Bono, de huidige Spaanse minister van Defensie staart naar een boek. Daarin een foto van de staatsgreep. 23 februari 1981, precies vijfentwintig jaar geleden.

Bono was destijds nog maar begin dertig, had zijn eerste baan in het parlement als kamersecretaris. Vandaar dat hij pal naast het spreekgestoelte zat op de bewuste dag. Het parlement was afgeladen geweest vanwege de stemming voor een nieuwe premier. 

Rond kwart over zes in de middag klonk een trap tegen de deur en stormden zwaarbewapende militairen naar binnen. De royaal besnorde Tejero, die de staatsgreep leidde, eindigde zwaaiend met zijn pistool naast het hoofd van Bono. "Natuurlijk waren we bang", vertelt Bono. 

"Vergeet niet dat in het congres veel parlementariërs zaten die decennia lang tegen het generaalsregime van dictator Franco streden. Ineens verscheen Tejero, die ons terug in de beerput van de geschiedenis wilde gooien."

Salvo

Gegrift in het collectieve Spaanse geheugen staat het salvo van de machinegeweren dat in de Cortes weerklonk. Net als het geschreeuw van Tejero naar de kamerleden: "Iedereen stil. Op de grond!" Op alleen drie van de 350 parlementsleden maakte dat geen indruk. 

Ex-premier Adolfo Suárez en zijn vice-premier Gutiérrez Mellado bleken zo dapper dat ze de overvallers persoonlijk te lijf gingen. Een paar banken verderop bleef eveneens de communistische voorman Santiago Carrillo overeind en stak doodgemoedereerd een sigaretje op. 

Tanks rolden nog diezelfde avond door de straten van Valencia. Er vielen doden noch gewonden. De coup zou met een sisser aflopen. Een televisietoespraak van koning Juan Carlos in het holst van de nacht bedaarde de gemoederen binnen het leger.

Nadien zijn er over geen gebeurtenis in het democratische Spanje zoveel boeken gepubliceerd. 23-F heet het kortweg voor de Spanjaarden. Het verwijst naar de datum die ongeveer dezelfde betekenis moet hebben als 22 november voor de Amerikanen: de dag waarop president Kennedy werd vermoord. Een andere parallel: net als in het geval van Kennedy doen tientallen theorieën de ronde over het complot dat achter de gebeurtenis werd gesmeed.

Hoe konden bijvoorbeeld honderden bewapende militairen zich door de verkeerschaos van Madrid worstelen zonder dat ze een strobreed in weg werd gelegd? Wist koning Juan Carlos wel of niet van tevoren van de staatsgreep? Waarom verscheen de vorst pas na middernacht op televisie? Over veel van deze vragen is afgelopen jaren eindeloos gespeculeerd.

Machtsovername

Duidelijk is inmiddels voor veel Spanjaarden dat de geheime dienst een voorname rol bij de machtsovername speelde. Ze hielpen Tejero bij zijn overval op het parlement. Zo wilde de dienst voorkomen dat een bloederige kolonelscoup, gepland in datzelfde jaar, nog kon slagen. "Er waren drie staatsgrepen in voorbereiding. De geheime dienst liet deze slagen om zo allerlei andere ontwikkelingen in gang te zetten", meent journalist en schrijver José Oneto.

Toch loopt ook Oneto tegen het probleem aan dat alle onderzoekers van 23-F hebben: vrijwel alle papieren die betrekking hebben op de coup van Tejero zijn spoorloos verdwenen of domweg vernietigd.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio