door Paul Sneijder, correspondent voor de NOS in Brussel
Er moest door zo'n vijfhonderd amendementen heen geploegd worden, de stemming nam alles bij elkaar twee uur in beslag, maar uiteindelijk zei een overgrote meerderheid van het Europees Parlement ja tegen de dienstenrichtlijn, in de wandeling beter bekend, of berucht als de 'Bolkestein-richtlijn'.
Christen-democraten, socialisten en liberalen steunden broederlijk een afgeslankte versie van het plan, dat door de liberaal Frits Bolkestein als euro-commissaris op de wereld was gezet.
Maar de nieuwe Europese wet zal niet als de Bolkestein-richtlijn, door tegenstanders al vaak verbasterd tot Frankenstein-richtlijn, de geschiedenis ingaan. "Bolkestein bestaat niet meer", kraaide Martin Schulz, de leider van de sociaal-democraten in het Europees parlement triomfantelijk. Zeker onder de druk van zijn fractie is het plan zo verwaterd, dat Bolkestein waarschijnlijk er niet rouwig om is dat de wet zijn naam niet draagt.
Barrières slechten
Waar gaat het om: de Europese Unie moet een open, interne markt zijn. Als het gaat om producten is dat al voor een groot deel een feit. Het maakt niet uit of een Nederlandse kaasboer zijn kaas in Groningen of in Warschau wil verkopen.
Voor dienstverlenende beroepen, zoals kappers, loodgieters, makelaars zou hetzelfde moeten gelden, maar in de praktijk is dat lang niet zo. De meeste landen houden deze ondernemers buiten de deur door lastige vereisten te stellen. Vaak gaat het dan om diploma's of speciale vergunningen.
De dienstenrichtlijn wil die barrières slechten. Initiatiefnemer Bolkestein ging daar het verst mee. Hij introduceerde het 'land-van-oorspong-beginsel'. Dat hield in dat een dienstverlener, die in eigen land over alle vereiste papieren beschikt, in ieder ander EU-land probleemloos aan de slag moet kunnen.
Dat leidde in Frankrijk tot het spookbeeld van de 'Poolse loodgieter', die zijn Franse vakgenoten het brood uit de mond zou stoten. Die angst droeg bij aan het Franse 'nee' tegen de grondwet.
Niet-discriminerend
Door alle protesten heeft het Europees parlement het 'land-van-oorsprong-beginsel' nu geschrapt. Een dienstverlener staat het nog steeds vrij om te gaan en staan waar hij of zij wil binnen de Europese Unie, maar een land kan wel eisen stellen.
Die eisen mogen niet-discriminerend zijn en moeten betrekking hebben op de openbare orde of veiligheid van het land. Belangrijker nog is dat een fors aantal diensten buiten de richtlijn zijn gehouden, zoals uitzendbureaus, gezondheidszorg, gokken en transport. Een taxichauffeur uit Amsterdam mag niet zomaar in Parijs beginnen.
Evenwichtsoefening
De verwatering was nodig om een meerderheid in het Europees Parlement te halen. Met name de sociaal-democraten moesten over de streep worden getrokken. Die voelden de hete adem van de vakbonden in hun nek, die de richtlijn als het zoveelste bewijs zagen van de neo-liberale koers van Europa. Maar te veel buigen naar links zou de liberalen weer op de kast jagen. Het werd dus een evenwichtsoefening.
Maar daarnaast was er nog een andere tegenstelling: die tussen het 'oude' en het 'nieuwe' Europa. De nieuwe lidstaten wilden onder aanvoering van Polen een zo ruim mogelijk vrijmaking van de dienstenmarkt. Van het 'oude' Europa golden de Fransen als de grootste tegenstrevers.
Uiteindelijk werd van beide kanten water bij de wijn gedaan. Toch is nu het laatste woord niet over de dienstenrichtlijn gezegd. Het voorstel moet nu goedgekeurd worden door de lidstaten zelf. En het is goed denkbaar dat die breuklijn tussen 'oud' en 'nieuw' weer helder zichtbaar wordt.
Deel deze pagina