Als peuters worden getoetst op hun taalvaardigheid en bij problemen meteen worden geholpen, komen ze later minder vaak terecht in het speciaal onderwijs. Dat blijkt uit een grootschalig en langdurig onderzoek van het Erasmus Medisch Centrum, waarvan de resultaten vandaag worden gepresenteerd.
De onderzoekers lieten tussen 1995 en 2003 circa 10.000 kinderen in Limburg, Den Haag en Tilburg op tweejarige leeftijd een toets maken, waardoor een eventuele taalachterstand meteen zichtbaar werd. Kinderen met taalontwikkelingsstoornissen werd na de toets meteen geholpen.
Doubleren
Vijf jaar later bleek dat hun taalniveau (op hun achtste) niet meer onvoldoende was. Meer kinderen konden, doordat ze als 3-jarige meteen hulp hadden gekregen, naar een reguliere school. De instroom in het speciaal onderwijs daalde met dertig procent.
De proef wees ook uit dat ongeveer een derde van de kinderen met een taalachterstand een keer zal blijven zitten.
Doorverwijzingen
Landelijke invoering van de taaltoets voor peuters kost volgens berekeningen twee miljoen euro extra per jaar, maar tegelijkertijd bespaart het speciaal onderwijs zo'n 5 miljoen euro. De toets voorkomt volgens de onderzoekers dat jaarlijks 2500 achtjarigen in het speciaal onderwijs terechtkomen.
De wetenschappers verwachten dat een landelijke screening jaarlijks circa 5000 doorverwijzingen van peuters oplevert. Consultatiebureaus moeten deze kinderen kunnen doorverwijzen naar een audiologisch centrum, waarna een KNO-arts of logopedist kan worden ingeschakeld, vinden ze.
Deel deze pagina
»
»
»