Justitieminister VS verdedigt afluisteren

De Amerikaanse minister van Justitie Alberto Gonzales heeft op de eerste dag van de hoorzittingen over het afluisterschandaal rond de NSA (National Security Agency) de handelswijze van president Bush verdedigd. De regering-Bush moet zich verantwoorden voor het afluisteren van telefoongesprekken en het onderscheppen van e-mails van Amerikanen zonder toestemming van de rechter. 

Voor de Senaatscommissie voor Justitie noemde Gonzales de afluisterpraktijk "noodzakelijk, wettig en in overeenstemming met de burgerlijke vrijheden". Hij maakte de vergelijking met een radarsysteem dat op een vroeg moment vijandige bewegingen moet signaleren.   

Het afluisteren gebeurt slechts op zeer beperkte schaal en wordt nauwgezet gecontroleerd en geëvalueerd, aldus de minister, die het omschreef als een noodzaak in de strijd tegen het terrorisme. Volgens Gonzales zijn er dankzij het afluisteren al aanslagen voorkomen.

Al-Qaeda

De NSA is de Amerikaanse veiligheidsdienst die gespecialiseerd is in afluisteren en codebreaking. Na de aanslagen van 11 september 2001 gaf president Bush de NSA toestemming om internationale telefoongesprekken van Amerikaanse burgers af te tappen. Op die manier wilde de dienst informatie over het terreurnetwerk al-Qaeda op het spoor komen.

Sinds 1978 gelden er strenge regels voor het afluisteren van burgers. De Foreign Intelligence Surveillance Act  verplichtte de regering om altijd een speciale volmacht aan te vragen bij een geheime rechtbank als ze burgers wil laten afluisteren, zelfs in tijd van oorlog. 

De nieuwe wetgeving  werd onder meer in het leven geroepen om een nieuw Watergateschandaal te voorkomen. President Nixon moest in 1974 het veld ruimen omdat hij betrokken bleek te zijn bij afluisterpraktijken. 

New York Times

Bush gaf de NSA na 11/9 desondanks toestemming om zonder volmacht Amerikanen af te luisteren. Buiten het Witte Huis was daar in Washington bijna niemand van op de hoogte, tot de New York Times het omzeilen van de wet in december 2005 onthulde. 

Dat leidde tot protest van Democraten en sommige Republikeinen in het Congres die vinden dat Bush met de inbreuk op de burgerrechten zijn bevoegdheden heeft overschreden.

Het Witte Huis ziet dat anders. Bush stelt dat hij wel degelijk grondwettelijk bevoegd is om zo'n vergaande maatregel af te kondigen, als aanvoerder van de strijdkrachten en door de extra bevoegdheden die hij in 2001 van het congres kreeg om terrorisme te bestrijden. 

Volgens hem ging het om maar een paar telefoonnummers van al Qaeda-leden. "Als u gebeld wordt door al Qaeda, willen we graag weten waarom", zei Bush begin januari.

Deel deze pagina

Nieuws

Video en Audio

Meer video en audio