De Clemenceau... het schip dat doodging, maar niet stopte met moorden. De aanhef op de Greenpeace-website liegt er niet om.
Het roemruchte oude Franse vliegdekschip is op weg naar India om te worden gesloopt, maar dat komt volgens Greenpeace eigenlijk neer op het dumpen van chemisch afval. Dus hebben twee actievoerders het gevaarte geënterd en zijn ze in de mast geklommen. Inmiddels hebben ze hun post verlaten, maar een Greenpeace-schip blijft wel in de buurt van de Clemenceau.
Greenpeace krijgt steun vanuit onverwachte hoek. Op dit moment ligt de Clemenceau tot ergernis van de Fransen vast in het Suezkanaal. Het vliegdekschip is aan de ketting gelegd door de kanaalautoriteiten omdat het mogelijk chemicaliën zou lekken.
Het eerste succesje voor de activisten is er al. Egypte, dat jurisdictie heeft in het Suezkanaal, wil eerst een aantal technische documenten van Frankrijk ontvangen, voordat het schip verder mag varen.
Een woordvoerder van het Franse ministerie van Defensie liet weten dat het snel de benodigde papieren naar Egypte zal sturen om de reis naar Gujarat te kunnen voortzetten, maar gisteren zeiden de kanaalbeheerders dat de Clemenceau pas verder mag als het lek is gedicht. In het beste geval, hoopt Greenpeace, moet de drijvende startbaan terug naar Frankrijk.
Gifschip
Het euvel met het schip is asbest. Volgens Greenpeace zit er 500 ton van de gevaarlijke stof in het oude vaartuig, een direct gevaar voor de gezondheid van de Indiase slopers. Frankrijk bestrijdt die cijfers. Er is volgens het ministerie van Voorlichting nog 45 ton aan boord, nodig om zeker te zijn dat het gevaarte niet op volle zee uit elkaar valt. In Frankrijk is er al 115 ton asbest verwijderd, zegt het ministerie.
Greenpeace heeft weinig vertrouwen in de Franse cijfers, en verwijst naar de geschiedenis van het 'gifschip'. Frankrijk leurt al jaren met de boot. In 2001 lagen er plannen om het af te zinken in de Middellandse Zee, als een soort kunstmatig rif, maar zo ver kwam het niet door protesten van milieu-organisaties.
Daarna probeerde de overheid de Clemenceau kwijt te raken aan een hele rij scheepsslopers, maar zonder veel succes. Allereerst mislukt de export van het schip naar Turkije, waar de autoriteiten geen prijs stellen op de boot.
Pogingen om het asbest in Italië of Griekenland te laten verwijderen (om het vaartuig daarna naar Bangladesh te bregen voor verdere sloop) mislukken eveneens. Uiteindelijk belemmerde een serie rechtszaken van milieuactivisten de afbraak.
Pas op 31 december 2005 ging de Clemenceau op weg naar India, nadat een Franse rechtbank had bepaald dat ze geen jurisdictie over militaire zaken had.
Appel en spandoek
Greenpeace wil dat het asbest eerst voor 98 procent wordt verwijderd voordat het bij de Indiase slopers terecht komt. Om dat af te dwingen hangen twee actievoerders al twee dagen in de mast van de Clemenceau. Een van hen, Sebastian, moest zich tijdens zijn eerste dienst in de mast redden met niet meer dan appel en een spandoek.
Voor Greenpeace heeft de actie tegen de Franse overheid ook een persoonlijk aspect. Het waren Franse geheim agenten die de Rainbow Warrior in 1985 bij Nieuw-Zeeland opbliezen. Daarbij kwam fotograaf Fernando Pereira om het leven. Vorig jaar werd die gebeurtenis uitgebreid herdacht door de organisatie.
Maar de actie tegen de sloop van de Clemenceau staat daar los van. "Dit schip had Frankrijk niet mogen verlaten", zegt Greenpeace-woordvoerder Mhairi Dunlop. "En het zou zeker niet naar India mogen omdat de werf daar niet is toegerust voor de sloop. Het is een enorm gevaarlijke bedrijfstak waarin regelmatig doden vallen."
Deel deze pagina