De brandweer in Nederland heeft geen vertrouwen meer in het vuurwerkbeleid van de overheid. Brandweerlieden lopen nog steeds ernstig levensgevaar bij vuurwerkbranden. Dat blijkt uit documenten waar het NOS Journaal de hand op heeft weten te leggen.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken bevestigt dat het over deze kwestie van mening verschilt met de brandweer. Maar minister Remkes wil de bestaande regels voor de inzet van de brandweer voorlopig niet aanpassen.
De onrust bij de brandweer is ontstaan na een grootschalige vuurwerktest van het Delftse onderzoeksinstituut TNO in Polen eind vorig jaar. De enorme explosies die daar ontstonden waren zelfs erger dan de vuurwerkramp in Enschede.
De onrust onder brandweerlieden was eind vorig jaar zo groot dat minister Remkes een brief schreef aan de gemeente Enschede. Hij zegt daarin dat er "onrust" is ontstaan onder brandweerlieden na testen met vuurwerk in Polen.
Classificatie 1.4
TNO deed de testen op 11 oktober in Polen. Er werd een vuurwerkopslagplaats nagemaakt, met daarin het lichtste evenementenvuurwerk, classificatie 1.4. TNO liet het vuurwerk exploderen.
Volgens de metingen was de explosie meer dan twee keer zo zwaar als de explosie in Enschede, hoewel er in Polen veel minder vuurwerk werd gebruikt.
Nederlandse brandweerlieden zijn ook ongerust omdat in Denemarken ruim een jaar geleden in Kolding een vuurwerkopslagplaats net zo explodeerde als in Enschede. En ook daar lag vuurwerk van de lichtste categorie 1.4. Een brandweerman kwam om het leven toen de opslagplaats volledig explodeerde.
Minister Remkes schrijft aan de brandweerkorpsen dat de "inzetprocedure van de brandweer ongewijzigd blijft." Volgens de minister is de opwinding niet terecht omdat de testen "professioneel vuurwerk en geen consumentenvuurwerk" betreffen. Maar de brandweer is het met dat onderscheid niet eens.
Deel deze pagina
»
»
»