Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep in de strafzaak tegen Frans van Anraat. De rechtbank legde de Nederlandse zakenman eind vorige maand
15 jaar cel op wegens medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden in Irak en Iran.
Justitie had hem ook aangeklaagd wegens medeplichtigheid aan volkerenmoord, maar de rechtbank achtte dat niet bewezen. Het Openbaar Ministerie wil nu dat het gerechtshof zich daarover uitspreekt.
Voor de strafmaat maakt het overigens niets uit. Vijftien jaar cel is in Nederland de maximale straf voor zowel medeplichtigheid aan genocide als medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden.
Halabja
Van Anraat gaat zelf ook in beroep. De 63-jarige zakenman leverde tussen 1984 en 1988 tonnen grondstof voor chemische wapens aan het regime van de voormalige Iraakse dictator Saddam Hussein.
Deze werden onder meer gebruikt in de oorlog tegen Iran in de jaren '80 en bij een gifgasaanval op de Noord-Iraakse stad Halabja. Daarbij kwamen zo'n vijfduizend Koerden om het leven. Tienduizenden mensen raakten gewond.
De rechtbank achtte niet bewezen dat Van Anraat wist dat de door hem geleverde chemische middelen voor volkerenmoord zouden worden gebruikt.
Vaderland
Van Anraat werd in december 2004 in Nederland gearresteerd. Hij woonde gedurende veertien jaar in Irak, maar keerde na de val van Saddam Hussein terug naar zijn vaderland.
De strafzaak tegen Van Anraat was het eerste proces over volkerenmoord tegen een Nederlander voor een Nederlandse rechter. Tegenwoordig spoort het Openbaar Ministerie oorlogsmisdadigers en verdachten van volkerenmoord in Nederland actief op en probeert ze te vervolgen.
Deel deze pagina