Tot maart hebben we nog de tijd om te kiezen bij welke maatschappij we onze zorgverzekering willen onderbrengen, en dat zullen we weten ook. Om zoveel mogelijk klanten over de streep te trekken zijn de verzekeraars fanatiek aan het adverteren.
De advertentie-uitgaven van de gezamenlijke zorgverzekeraars waren vorig jaar bijna het drievoudige van die in 2004. In 2005 werd voor 73 miljoen euro aan reclame besteed, de laatste week van het jaar nog niet meegerekend.
De overkoepelende organisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is niet verbaasd. "De maatschappijen worden geacht met elkaar te concurreren en daar hoort reclame bij", zegt Tom Dalinghause. Hij vindt de reclame-uitgaven nog wel meevallen in het licht van de 45 miljard euro die in de Nederlandse gezondheidszorg omgaat.
Er staat dan ook veel op het spel, want uit een onderzoek van Maurice de Hond blijkt dat 12 procent is overgestapt. De Hond schat dat uiteindelijk 20 procent van maatschappij verandert.
De belangrijkste factor om over te stappen is voor 46 procent de inhoud en samenstelling van het pakket en voor 36 procent de prijs. Van degenen die niet overgaan geeft 54 procent als belangrijkste reden de ervaring die men heeft met de huidige verzekeraar, 18 procent noemt het pakket en 17 procent de prijs.
Doelmatig
In het streven naar meer doelmatigheid willen de verzekeraars zoveel mogelijk klanten aan zich binden om voldoende schaalgrootte te hebben. Om diezelfde reden zijn de afgelopen jaren heel wat maatschappijen overgenomen, waardoor een sterke concurrentie is ontstaan.
In deze markt moeten zorgverzekeraars alles uit de kast halen om genoeg marktaandeel te houden of te krijgen. Voorlopig leidt dat tot scherpe aanbiedingen. Hoogleraar in zorgverzekeringszaken Wynand van de Ven zei vorige maand in NRC Handelsblad dat zorgpolissen onder de kostprijs worden verkocht.
"Grofweg kun je zeggen dat verzekeringen boven de elfhonderd euro winstgevend zijn, onder de duizend euro maakt de verzekeraar er zeker verlies op", zegt Van de Ven. Veel maatschappijen bieden basisverzekeringen aan van duizend tot elfhonderd euro.
Dalinghause wijst erop dat verzekeraars wel degelijk een ondergrens in het oog moeten houden, gezien de minimum reserves waarover ze minimaal moeten beschikken. ZN-directeur Martin Bontje sprak eerder deze week de verwachting uit dat de maandpremies volgend jaar boven de honderd euro uitkomen.
Verdeeld
De verzekeraars hebben hun reclamebudget verhoogd omdat de markt deze maanden wordt verdeeld, nu de nieuwe basisverzekering per 1 januari is ingegaan. "Dit is het moment waarop verzekerden van maatschappij veranderen", zegt Van de Ven.
De zorgverzekeraars die onder Achmea vallen hebben vorig jaar het meest aan reclame uitgegeven. Gezamenlijk besteedden ze ruim 18 miljoen euro. Menzis is een goede tweede met 12,5 miljoen euro. Deze maatschappij, met een marktaandeel van 12 procent, adverteert vooral om naamsbekendheid te verbeteren.
Niet alle maatschappijen laten zich verleiden tot adverteren. Het kleinere DSW, een lokale maatschappij in Schiedam, heeft het gehouden bij een folder die naar de klanten is gestuurd.
Adverteren heeft volgens directeur Oomen geen zin, want het publiek stoort zich daar aan. Hij vindt het een prettig idee dat veel van zijn concurrenten hun reclamebudget hebben verhoogd. "Dat geld kunnen ze niet aan zorg besteden."
Deel deze pagina