Doden repatriëringsschip herdacht

Aangepast op
Binnenland

In Den Haag zijn door ongeveer 200 nabestaanden en overlevenden de kinderen herdacht die net na de oorlog de reis op het repatriëringsschip De Nieuw Amsterdam niet overleefden. Het is voor het eerst dat de reis wordt herdacht.

De Nieuw Amsterdam vertrok op 6 december 1945 vanuit Singapore naar Europa. Aan boord waren 3800 mensen, onder wie zo'n 1200 kinderen die na een verblijf in de Jappenkampen ernstig verzwakt waren. Aan boord brak de mazelen uit en vele kinderen stierven. Omdat er onvoldoende ruimte was in de koelcellen aan boord, kregen veel kinderen een zeemansgraf.

Zeemansgraf

Volgens de officiele papieren waren er tientallen sterfgevallen, maar overlevenden denken dat het er veel meer waren. Doortje Mol-Verweg: "De kinderen waren met veel zorg door hun moeders door het kamp gesleept. Helaas zouden velen Nederland niet halen. Ik was getuige van een zeebegrafenis van een gestorven hutgenote. Dat was heel plechtig."

Henriette van Raalte-Geel (73): "Omdat de ouders zelf geen mazelen hadden gehad, mochten ze hun kinderen niet bezoeken. Een aantal meisjes van 17, 18 jaar gaf zich op als vrijwillige zuster. Ze werden zelf ziek en stierven. De begrafenissen op zee werden 's nachts gehouden, in stilte, om geen paniek te veroorzaken".

Blij en dankbaar

Veel nabestaande hebben dubbele gevoelens. Want hoewel de reis zo anders liep dan verwacht, waren velen ook blij en dankbaar dat ze terug waren in Nederland. Mol-Verweg: "Met de achterliggende jaren van ontberingen, ervoeren de evacués de zeereis als zeer grote luxe. Ze kregen zakgeld en konden snoep en sigaretten kopen".

Een rapport dat over de reis werd geschreven, richtte zich alleen daarop. Over de doden werd niet gesproken. Pas nu worden de archieven rond de rampreis geopend zodat overlevenden onderzoek kunnen doen.