Met een bescheiden ceremonie is de laatste fase begonnen van de terugtrekking van de Indonesische troepen uit de westelijke provincie Atjeh. Vandaag vertrekken ruim 3000 militairen. Op 1 januari moeten de resterende 24.000 militairen Atjeh hebben verlaten.
De plechtigheid in Lhokseumawe was de afronding van een vredesproces dat een einde maakt aan de gevechten tussen Indonesische veiligheidsdiensten en de rebellen van de Beweging Vrij Atjeh (GAM). Die oorlog heeft in bijna 30 jaar het leven gekost aan meer dan 15.000 mensen.
Het in augustus overeengekomen vredesakkoord voorziet in de terugtrekking van de 50.000 Indonesische veiligheidstroepen en een beperkt zelfbestuur voor Atjeh. Afgelopen dinsdag leverden de rebellen al hun wapens in.
Onderdeel van het akkoord is overigens wel dat de Indonesische regering 14.700 militairen en 9100 politie-agenten op de been houdt in Atjeh. Maar die troepenmacht mag alleen bestaan uit de lokale bevolking.
Tsunami
"Laten we een vreedzame atmosfeer creëren en de bevolking van Atjeh bevrijden van angst en gevaar, zowel fysiek als psychisch", zei rebellen-commandant Supaidin Adi Saputra tijdens de ceremonie. Hij riep zijn mede-rebellen op te werken aan de wederopbouw van de westelijke provincie van het eiland Sumatra.
Atjeh werd vorig jaar hard getroffen door de tsunami. Een deel van de provincie werd compleet weggevaagd. Er vielen meer dan 150.000 doden.
Door de tsunami kwamen de vredesbesprekingen tussen de rebellen en de regering in Jakarta in een stroomversnelling. In augustus werd in Helsinki een akkoord getekend na bemiddeling van de Finse premier Aahtisari.
Deel deze pagina
»
»
»