President Bush heeft na de aanslagen van 11 september 2001 opdracht aan de National Security Agency (NSA) gegeven om Amerikaanse staatsburgers te bespioneren.
De president zei dat gisteren in een radiotoespraak. Hij reageerde daarmee op uitgelekte berichten in de New York Times van afgelopen vrijdag.
Volgens de krant luisterde de veiligheidsdienst ook de internationale gesprekken van Amerikanen in eigen land af en werd hun e-mailverkeer gecontroleerd. Dat is alleen toegestaan met toestemming van een rechter.
Bush gaf zelf zo'n dertig keer opdracht tot de spionage. Met de afluisterpraktijken zijn volgens de president "Amerikaanse levens gered" in de oorlog tegen het terorrisme.
al-Qaeda
Bush zei dat hij sinds de aanslagen van 11 september 2001 telkens voor een periode van 45 dagen toestemming heeft gegeven om Amerikaanse burgers te bespioneren.
De president gaat hier mee door "zo lang als onze natie te maken heeft met een voortdurende dreiging van al-Qaeda en soortgelijke groepen".
Volgens hem zijn de afluisterpraktijken en e-mailcontrole een 'vitaal middel' om de Verenigde Staten te beschermen. Hij had kritiek op het feit dat de spionage naar de media is uitgelekt.
"Geheim project"
"Dit is een strikt geheim project en cruciaal voor onze nationale veiligheid," zei de president. Onze vijanden hebben informatie gekregen die ze niet zouden mogen hebben ontvangen."
Zowel Democratische als Republikeinse senatoren willen weten of de NSA de rechten van burgers heeft geschonden.
Deel deze pagina
»
»
»