Minister Brinkhorst van Economische Zaken noemt de overeenkomst die zondag op de WTO-top in Hongkong bereikt is "acceptabel, maar niet bevredigend".
Hij vindt het belangrijk dat de Europese Unie er in geslaagd is om gezamenlijk op te treden en zich tijdens de ministersconferentie niet tegen elkaar te laten uitspelen.
Brinkhorst is blij dat door het afschaffen van de exportsubsidies het beeld is weggenomen waarin de EU en protectionisme op landbouwgebied in een adem kunnen worden genoemd. In die zin is een belangrijke hypotheek weggenomen, zei de bewindsman. "We zullen vanaf nu in het offensief kunnen gaan."
Volgens hem is het akkoord dat dit weekeinde in Brussel over de Europese begroting werd gesloten, belangrijk voor de manier waarop de EU in Hongkong kon onderhandelen.
"Hypocrisie"
Over sommige onderdelen van de overeenkomst van Hongkong is Brinkhorst niet tevreden. Daarmee doelt hij onder meer op het feit dat landen als Brazilië hun markten blijven beschermen, terwijl ze zelf wel toegang willen tot andere markten. "In die zin is er sprake van een zekere hypocrisie", zei hij.
Voor de Nederlandse exportpositie is het akkoord van Hongkong van groot belang. "Nederland is enorm gevoelig voor export. Voor de consument gaat het erom dat producten zoals schoenen geproduceerd worden waar ze het best en het goedkoopst zijn. Zonder een Doha-akkoord blijft het spook van protectionisme boven de markt hangen," zei Brinkhorst.
De minister is teleurgesteld in de Verenigde Staten en Japan. Die landen weigerden hun markten volledig te openen voor ontwikkelingslanden. De Europese Unie maakte zich daar sterk voor en doet dat zelf in de praktijk al.
Nederlandse hulporganisaties
Ook de Nederlandse hulporganisaties hebben kritiek op de uitkomst van de handelsbesprekingen in Hongkong. De organisaties vinden dat het oorspronkelijke doel van de handelsbesprekingen, het verbeteren van de positie van ontwikkelingslanden, in het akkoord onvoldoende uit de verf komt.
De besprekingen in Hongkong werden gevoerd in het kader van de Doha-ronde, die in 2001 werd gelanceerd en vooral is bedoeld om de positie van ontwikkelingslanden te verbeteren.
Volgens Adrie Papma van Novib, een onderdeel van ontwikkelingsorganisatie Oxfam, komen de rijke landen er in het akkoord beter vanaf dan arme. Ze is diep teleurgesteld in de uitkomsten van de handelsconferentie in Hongkong.
Stefan Verwer van ontwikkelingsorganisatie Both ENDS wijst erop dat het algemene doel van de Doha-ronde was om arme landen verder op weg te helpen.
Er is onder meer teleurstelling over de passage die erin voorziet arme landen meer toegang te geven tot de markten van rijke landen. De Europese Unie laat alles, behalve wapens, al tariefvrij toe en had graag gezien dat alle rijke landen dit voorbeeld zouden volgen.
Verenigde Staten en Japan
De Verenigde Staten en Japan lagen echter dwars en behouden nu de mogelijkheid een beperkt aantal producten te weren. Op die manier kan textiel uit Bangladesh nog steeds in de VS worden geweerd, zei Mariken Gaanderse van de Interkerkelijke Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking ICCO.
Zij is teleurgesteld over de gelden die de rijke landen willen uittrekken voor hulp bij handel in arme landen. Volgens haar gaat het niet om geld dat extra wordt vrijgemaakt maar al eerder is beloofd.
Ook is ze ontevreden over de regeling voor katoen. Amerikaanse boeren krijgen jaarlijks miljarden subsidies, waardoor ze hun product goedkoop kunnen exporteren. Afrikaanse boeren kunnen daar niet tegenop concurreren.
De verklaring die zondag in Hongkong is aangenomen, voorziet wel in besprekingen over deze omstreden subsidies, maar de tekst is volgens Gaanderse erg vrijblijvend.
Deel deze pagina
»
»
»