Mohammed B., volgens justitie de spil van de Hofstadgroep, heeft voor de rechter in Amsterdam herhaald dat hij zijn plan om Theo van Gogh te vermoorden, met niemand heeft gedeeld. Vragen over zijn dertien medeverdachten wilde B. tijdens de derde procesdag van de Hofstad-zaak niet beantwoorden.
De rechtbank had B. gedwongen vandaag ter zitting te verschijnen. De verdachte kwam op eigen verzoek zonder zijn advocaat Plasman naar de rechtbank. Plasmans kantoorgenoot Sarikaya was er wel, maar hij bleef passief. "Mohammed B. heeft het zo gewild", zo liet Plasman per brief aan de rechtbank weten.
Weigering
Na een eerste weigering om vragen van de rechters te beantwoorden, toonde B. zich vanmiddag wel bereid officier van justitie Plooy te woord te staan. Plooy vroeg B. of hij de moord op Van Gogh wel echt alleen vanuit geloofsovertuiging heeft gepleegd. "Dat hoop ik", antwoordde de verdachte, "maar je kunt nooit uitsluiten dat ook andere dingen een rol hebben gespeeld".
Volgens B. is het beledigen van de profeet door Van Gogh "de enige echte reden" geweest om de cineast te vermoorden. "En als u een beetje de geschriften van de islam zou kennen, zou u weten dat de profeet expliciet opdraagt om van iemand die de islam beledigt, zijn kop eraf te halen", aldus B.
Op de vraag of B. ook een takfiri is, antwoordde B. ontkennend. Een takfiri bestempelt volgens het OM afvallige moslims tot ongelovigen en verkettert die. "In de definitie die u geeft, ben ik geen takfiri", zei B.
Zoektocht
Rechter Elkerbout begon de ondervraging vanochtend met de radicalisering in het denken van B., die zich vanaf 2001 - na de dood van zijn moeder -begon te voltrekken. Destijds schreef B. een brief aan zijn vader, waarin hij aankondigde een zoektocht te gaan ondernemen, op zoek naar de waarheid.
"Het verbaast me dat u dat vraagt", was het antwoord van B. "Ik ben hier zodat vastgesteld kan worden dat ik strafbare feiten heb gepleegd. Dat heeft hier niets mee te maken." Verdere pogingen van Elkerbout om meer te weten te komen over B.'s beweegredenen, liepen op niets uit. "Mijn ideologie is niet van belang in deze zaak", aldus de verdachte.
Justitie is een andere mening toegedaan. Volgens justitie waren het juist de door B. opgeschreven haatdragende en tot strijd oproepende ideologieën die de geest van zijn 'Hofstadvrienden' voedden.
Eis
Het Openbaar Ministerie maakt op 13 januari in alle zaken de strafeis bekend. B. heeft aangegeven daarbij niet aanwezig te willen zijn.
Het Hofstadproces gaat morgen verder, dan staat verdachte Jason W. centraal.
Deel deze pagina
»
»
»