Voor de rechtbank in Den Haag is woensdag een celstraf van vijftien jaar gëeist tegen Frans van Anraat. De Nederlandse zakenman wordt verdacht van medeplichtigheid aan oorlogsmisdaden en volkerenmoord in Irak en Iran.
De 63-jarige Van Anraat zou tussen 1984 en 1988 duizenden tonnen grondstof voor chemische wapens hebben geleverd aan het voormalige regime in Irak, onder leiding van Saddam Hussein.
Volgens het Openbaar Ministerie zijn de grondstoffen die Van Anraat leverde onder meer gebruikt in de oorlog tegen Iran in de jaren '80 en bij een gifgasaanval op de Noord-Iraakse stad Halabja. Daarbij kwamen zo'n vijfduizend Koerden om het leven. Tienduizenden mensen raakten gewond.
Overlevenden van de gifaanval ondervinden daarvan nog dagelijks hinder. Dat bleek afgelopen maandag bij de behandeling van de zaak uit getuigenissen van vijftien slachtoffers, die naar Nederland zijn gekomen om een schadevergoeding van Van Anraat te eisen.
De overlevenden kampen nu nog met beschadigde organen, waardoor ze kortademig zijn, niet meer kunnen werken en continu medisch moeten worden behandeld. Sommigen zijn blind en van anderen is het gezichtsvermogen sterk afgenomen. Inmiddels is een groot aantal overlevenden overleden aan de gevolgen van de aanval.
Maximale straf
Vijftien jaar cel is de maximale straf die de rechter in Nederland kan opleggen voor medeplichtigheid aan volkerenmoord en oorlogsmisdaden. Aanklager Teeven meent dat Van Anraat die straf verdient omdat de ernst van de zaak nog steeds niet tot de verdachte is doorgedrongen.
"Van Anraat hoorde eerder deze week de verhalen van de slachtoffers nog ogenschijnlijk onbewogen aan", zei Teeven woensdag. Hij benadrukte dat de zakenman wist waarvoor de chemische stoffen die hij aan Irak leverde, werden gebruikt. Van Anraat zou daar in 1985 in Japan al voor gewaarschuwd zijn.
"Zelfs toen de verdachte de beelden van de chemische aanval op Halabja in 1988 op de televisie zag, is hij doorgegaan met leveren", concludeert de officier van justitie. "Hij heeft bewust zijn ogen gesloten."
Volgens Teeven gaf Van Anraat met zijn adviezen en leveringen de machthebbers en militaire top in Irak zelfs zekerheid dat de grondstoffen geleverd bleven worden. "Men hoefde er dus niet zuinig mee om te gaan."
Belangrijke schakel
Een getuige uit het toenmalige Irakese regime zegt dat Van Anraat inderdaad een belangrijke schakel was voor het chemische wapenprogramma van Irak.
Ook een Japanse zakenpartner van hem bevestigt dat de Nederlander wist dat de chemische materialen voor onder meer de vernietiging van Koerden werden gebruikt. Hij zegt dat Van Anraat "heel goed wist" waarvoor de stoffen werden gebruikt. De Japanner mocht er van de Nederlandse zakenman nooit over spreken dat Irak de bestemming van de chemicaliën was.
Andere getuigen verklaarden ook dat Van Anraat het exportverbod naar Irak destijds bewust omzeilde.
Door exportbeperkingen naar Irak stopten andere leveranciers in 1984 met hun leveringen, maar Van Anraat bleef wel chemische producten aanvoeren, zegt de aanklager. Volgens Teeven gebruikte de zakenman schijnconstructies om de chemicaliën toch in Irak te krijgen en ook dat zou nog eens zijn boze opzet aantonen.
Vaderland
Frans van Anraat werd in december vorig jaar in Nederland gearresteerd. De zakenman woonde gedurende veertien jaar in Irak, maar keerde na de val van Saddam Hussein terug naar zijn vaderland.
De strafzaak tegen Van Anraat is het eerste proces over volkerenmoord tegen een Nederlander voor een Nederlandse rechter. Tegenwoordig spoort het Openbaar Ministerie oorlogsmisdadigers en verdachten van volkerenmoord in Nederland actief op en probeert ze te vervolgen.
Op 23 december doet de rechtbank uitspraak in de zaak.
Deel deze pagina
»
»
»