Verrassende carrièrewendingen zijn een vast onderdeel in het leven van Alexander Rinnooy Kan. Dat geldt zeker ook voor het voorzitterschap van de Sociaal Economische Raad, zo goed als zeker de nieuwe baan van de 56-jarige Rotterdammer.
De eerste onverwachte stap in zijn loopbaan zette Rinnooy Kan in 1991. In dat jaar werd de betrekkelijk jonge rector magnificus van de Erasmus Universiteit voorzitter van de werkgeversvereniging VNO (later VNO-NCW).
Niet minder verrassend was zijn voortijdige vertrek uit de werkgeversclub. In 1996 ging de van huis uit wiskundige naar de raad van bestuur van de financiële reus ING. Lang gold hij onder Ewald Kist als één van de kroonprinsen, maar de Belg Michel Tilmant heeft het voorzitterschap voorlopig vast in handen.
Ook een ministerschap leek lang een logische mogelijkheid. In elke kabinetsformatie waar zijn partij D'66 bij betrokken was, werd de naam Rinnooy Kan in verband gebracht met een post op Economische Zaken of Volksgezondheid.
Niet onverdacht
Maar het wordt de Sociaal Economische Raad. De partijen in de SER (werkgevers, vakbeweging en kroonleden) zijn het er over eens dat Alexander Rinnooy Kan de volgende voorzitter wordt. Het kabinet moet zich daar nog wel over uitspreken.
Het verrassende aan deze benoeming is onder meer dat Rinnooy Kan niet uit onverdachte hoek komt. Als lid van de raad van bestuur van ING is Rinnooy Kan vooral een icoon van "het kapitaal".
Voor de vakbeweging was dat even slikken, want was het niet deze raad van bestuur die zichzelf een salarisverhoging van meer dan vijftig procent toestond? Rinnooy Kan zat daarmee in het kamp van de "kleptocraten" (voormalig FNV-voorzitter Lodewijk de Waal).
Maar de beoogde SER-voorzitter lijkt zelf met dit verleden te breken door genoegen te nemen met een veel lager salaris. Verdient Rinnooy Kan bij ING 1,13 miljoen euro (exclusief opties), in zijn nieuwe baan is dat 131.000 euro.
Groot gewicht
In ruil voor deze "bescheiden" beloning wordt Rinnooy Kan geacht vooral bruggen te bouwen. Hij moet de partijen in de SER op één lijn zien te krijgen over vaak omstreden sociaal-economische onderwerpen. Adviezen van de SER, vooral als die unaniem zijn, hebben een groot gewicht en worden door het kabinet meestal ongewijzigd overgenomen.
Als voorzitter van de grootste ondernemersorganisatie heeft Rinnooy Kan in de SER al kunnen proefdraaien. Hij voerde in deze praatclub niet alleen de werkgeversfractie aan, maar samen met FNV-voorzitter Johan Stekelenburg was hij ook vice-voorzitter.
Rinnooy Kan heeft in deze periode laten zien dat hij de kunst van het bruggenbouwen verstaat. Zijn beminnelijke omgang met voor- en tegenstanders en de pers was hem daarbij behulpzaam. Met zijn tegenvoeter Stekelenburg sloot Rinnooy Kan diverse akkoorden.
Werkvloer
De polder was bij Rinnooy Kan en Stekelenburg in veilige handen. Voor zover er ruzies waren, deden die zich niet zozeer voor tussen vakbonden en ondernemers, maar tussen de sociale partners aan de ene kant en "Den Haag" aan de andere kant.
Bij ING laat Rinnooy Kan zich zien als een pleitbezorger voor moderne verhoudingen op de werkvloer. "Bazig gedrag is uit de tijd, handel niet bevoogdend", sprak de voor personeelsbeleid verantwoordelijke bestuurder in 2003 tot een groep werkgevers.
"Geef medewerkers vrijheid, laat ze zelf het denkwerk verrichten. De rol van de werkgever is die van coach en begeleider." Rinnooy Kan vindt dat werknemers meer moeten kunnen kiezen in carrière, opleiding en arbeidsvoorwaarden.
Vruchtbare bodem
Deze woorden vallen tegenwoordig in sociaal-economisch Nederland weer op vruchtbare bodem. Ook in de SER staan deze thema's op de agenda, zoals de levensloopregeling die door de sociale partners in het leven is geroepen als alternatief voor VUT en pré-pensioen.
Rinnooy Kan komt in een gespreid bedje, want na de hevige conflicten over WAO en pensioenleeftijd is de rust in de polder teruggekeerd. Onder de huidge SER-voorzitter Herman Wijffels is onder meer een unaniem advies over de toekomst van de arbeidsongeschiktheidsregelingen opgesteld, een zaak waar politiek en sociale partners al enkele decennia ruzie over maken.
Het kabinet heeft dat advies overigens niet volledig overgenomen, maar dat heeft het prestige van de SER niet geschaad. Dat is voor de SER maar goed ook, want adviesraden als deze staan onder druk.
De SER krijgt nogal eens het verwijt bij te dragen aan een stroperige politieke besluitvorming. Het wordt boeiend om te zien hoe Rinnooy Kan daar mee omgaat, want zijn D'66 is de SER liever kwijt dan rijk.
Deel deze pagina