Saddams eerste verklaring voor het speciale Iraakse hof:
Rechter: "Meneer Saddam, we vragen u uw identiteit op te schrijven, uw naam, beroep en adres en dan zullen we u toestaan te spreken. Nu is het tijd om uw naam op te schrijven."
Saddam: "Ik was niet van plan veel te zeggen."
Rechter: "We willen uw identiteit, uw naam, dan zullen we luisteren naar wat uw heeft te zeggen. We schrijven nu de identiteiten op. We zullen u horen op het moment dat we naar u moeten luisteren."
Saddam: "Allereerst: wie bent u en wat bent u?"
Rechter: "Het Iraakse Criminele Hof."
Saddam: "Jullie zijn allemaal rechters?"
Rechter: "We hebben geen tijd om in detail te treden. U kunt opschrijven wat u wilt."
Saddam: "Ik ben hier in dit militaire gebouw sinds 2.30 uur, en daarna heb ik sinds 9.00 uur dit pak aan. Ze hebben me een aantal keer gevraagd om het uit en en aan te doen."
Rechter: "Wie bent u? Wat is uw identiteit? Waarom neemt u geen stoel en laat u de anderen hun namen geven en dan keren we terug bij u."
Saddam: "U kent mij. U bent een Irakees en u weet wie ik ben. En u weet dat ik niet moe word."
Rechter: "Dit zijn formaliteiten en we moeten het van u horen."
Saddam: "Ze hebben me ervan weerhouden pen en papier te pakken omdat papier, zo lijkt het, tegenwoordig angstaanjagend is. Ik koester geen wrok tegen u. Maar ik houd dat wat goed is hoog en ik respecteer het Iraakse volk dat mij heeft gekozen en ik zal dit hof niet antwoorden, met alle respect jegens de personen die erbij betrokken zijn, en ik behoud mezelf de constitutionele rechten voor als de president van Irak. U kent mij."
Rechter: "Dit zijn de procedures. Een rechter kan niet terugvallen op persoonlijke kennis."
Saddam: "Ik erken degenen die u deze autoriteit hebben gegeven en u hebben benoemd niet. Agressie is onrechtmatig en wat is gebouwd op onrechtvaardigheid is onrechtvaardig."
Deel deze pagina