De Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) zijn tevreden over de eerste hulp die de afgelopen maanden aan de slachtoffers van de tsunami is verleend. De noodhulpfase is vrijwel afgerond en de voorbereidingen voor de wederopbouw zijn in volle gang.
De Nederlandse organisaties hebben zo'n drie miljoen mensen geholpen met water, voedsel, medische hulp en traumabegeleiding. Het overgrote deel van de hulp is verleend in Indonesië en op Sri Lanka.
Doordat gevreesde epidemieën niet zijn uitgebroken en de getroffen gebieden veelal zelf hun voedselvoorziening op peil konden houden, is er voor de eerste hulp minder geld nodig geweest dan gedacht. Daardoor is er voor de wederopbouw meer geld beschikbaar.
Van de 200 miljoen euro die Nederlanders naar giro 555 hebben overgemaakt, is 67 procent toegewezen aan noodhulp- of wederopbouwprojecten.
Betrokkenheid
De Nederlanders laten de wederopbouw zoveel mogelijk uitvoeren door lokale hulporganisaties. "Zij weten het beste waar behoefte aan is", aldus voorzitter Bert Boer van de SHO. "Bovendien helpt betrokkenheid van de slachtoffers bij de traumaverwerking. Ook levert het werk en inkomsten op."
Op enkele plaatsen is de wederopbouw begonnen. De eerste permanente huizen worden al bewoond en enkele scholen, ziekenhuizen en overheidsgebouwen zijn in gebruik genomen.
De hulporganisaties zijn ter voorbereiding van nieuwe wederopbouwprojecten in onderhandeling met de lokale autoriteiten over de toewijzing van grond. Dat loopt niet overal soepel. "Vooral in de conflictgebieden op Sri Lanka en in Atjeh, hoewel het in Atjeh sinds het vredesakoord met de rebellen de goede kant opgaat", zegt Boer.
Een ander probleem is onduidelijkheid over wetten en regels voor de bouw. Daar komt nog bij dat verwarring optreedt, doordat bij de ramp veel documenten verloren zijn gegaan.
Landeigenaren
Boer: "Een complicatie is ook dat hulporganisaties moeten omgaan met corruptie en op winst beluste landeigenaren. Wat het werk ook moeilijk maakt is gebrek aan communicatiemiddelen en infrastructuur."
En dan zijn er ook nog spanningen tussen (etnische) gemeenschappen. "Door de lokale bevolking bij de hulp te betrekken en voortdurend ervaringen uit te wisselen, kunnen we veel van deze problemen oplossen", zegt Boer.
"Zo heeft de ervaring geleerd dat spanningen tussen bevolkingsgroepen worden voorkomen, als ze gelijktijdig hulp krijgen." De hulporganisaties ervaren een grote druk om snel resultaat te boeken. Niet alleen uit de getroffen gebieden, maar ook van de kant van de geldgevers.
"Maar we zijn het er over eens dat de wederopbouw eerder goed dan snel moet verlopen, want daar hebben de slachtoffers het meest aan. Wederopbouw is een zaak van lange adem."
Pakistan
Op gironummer 800800 is tot nu toe een half miljoen euro binnengekomen voor noodhulp na de aardbeving in Pakistan. SHO-voorzitter Boer noemt de respons van het publiek tot nu toe goed.
"We hopen dat de Nederlanderse samenleving bij deze megaramp enkele tientallen miljoenen euro bij elkaar kan brengen", zegt Boer. "En dan liever in de buurt van vijftig tot zestig miljoen dan tien miljoen."
Boer benadrukt dat het dodental als gevolg van de tsunami weliswaar veel hoger lag, maar de recente aardbeving heeft veel meer mensen dakloos gemaakt: 2,5 miljoen tegen 1,5 miljoen na de tsunami. Door de ontoegankelijkheid van het aardbevingsgebied en de winter die daar voor de deur staat, zal de noodhulpfase in Pakistan, India en Afghanistan lang duren en veel geld kosten.
Deel deze pagina