Arjan Erkel hoopt dat het conflict tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn voormalige werkgever Artsen zonder Grenzen met een schikking kan worden opgelost. Morgen begint de rechtszaak over het conflict voor de rechtbank in Genève.
Erkel zal tijdens het proces getuigen. De Nederlandse hulpverlener hoopt dat hij dan de kans krijgt om beide partijen op te roepen tot verzoening.
De ruzie gaat over het losgeld dat het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken in 2004 aan de ontvoerders van Arjan Erkel betaalde. Het ministerie wil dat hulporganisatie Artsen zonder Grenzen het geld terugbetaalt.
Arjan Erkel werkte in 2002 voor de Zwitserse afdeling van Artsen zonder Grenzen in Dagestan. Hij werd ontvoerd en kwam op 11 april 2004 na 607 dagen vrij. Voor zijn vrijlating werd in totaal 800.000 euro losgeld betaald.
Voorschot
Het ministerie van Buitenlandse Zaken betaalde driekwart van dat bedrag. Volgens het ministerie ging het om een voorschot, omdat Artsen zonder Grenzen het geld op dat moment niet beschikbaar had. Maar de hulporganisatie is het daar niet mee eens en wil dat Nederland ook het aandeel van 230.000 euro terugbetaalt.
"Er zijn al zo veel conflicten in de wereld. Kom eens tot elkaar'', zei Erkel zondagavond in het radioprogramma Met het Oog op Morgen. Emoties en principes van beide partijen hebben tot nu toe verhinderd dat er een oplossing voor de onenigheid is, zei Erkel. Volgens hem is het belangrijk dat het conflict snel uit de publiciteit verdwijnt, omdat Nederlandse hulpverleners in het buitenland anders het risico lopen om ontvoerd te worden.
Erkel vertrekt vanmiddag naar Zwitserland om de rechtszaak bij te wonen.
Deel deze pagina
»
»
»