Nog maar weinig werknemers zijn op de hoogte van de levensloopregeling, belastingvrij te sparen voor langdurig (zwangerschaps)verlof of vervroegd pensioen. Op 1 januari gaat de regeling in.
De levensloopregeling is bedoeld om het werknemers financiëel mogelijk te maken hun werk voor langere tijd in de steek te laten voor zorgtaken of ontwikkeling (sabbatical). Ook kan het gespaarde geld worden gebruikt om eerder te stoppen met werken, nu de VUT- en prepensioenregelingen zijn uitgekleed.
Driekwart van de werkenden heeft geen idee wat de levensloopregeling inhoudt. De overigen menen het ongeveer te weten, maar van die groep is de helft niet in staat om de regeling in twee zinnen te omschrijven.
Rekenvoorbeelden
Om het verlofsparen onder de aandacht te brengen en te helpen bij het kiezen, begint het ministerie van Sociale Zaken vandaag een voorlichtingscampagne. Onderdeel daarvan is een site waarop werknemers aan de hand van rekenvoorbeelden kunnen uitrekenen wat voor hen de mogelijkheden zijn.
De levensloopregeling houdt in dat alle werknemers het recht hebben om een deel van het brutoloon belastingvrij opzij te zetten. Op een later moment wordt dat geld uitgekeerd, maar dan belast.
Extra salaris
Voor 700.000 werknemers is al in de CAO afgesproken dat het bedrijf meebetaalt aan de levensloopregeling. Het ministerie van Sociale Zaken verwacht dat meer werkgevers dit gaan doen. Werknemers die niet met het verlofsparen mee doen krijgen hun aandeel in de vorm van extra salaris.
Het gespaarde bedrag mag niet meer zijn dan 210 procent van het bruto jaarloon. Om dat bij elkaar te krijgen moet 17,5 jaar lang de maximum inleg van twaalf procent opzij worden gezet. Iemand die dat doet kan drie jaar eerder stoppen met werken tegen zeventig procent van het loon.
Fiscus
Werknemers die geboren zijn tussen 1949 en 1955 hebben toestemming om meer dan twaalf procent te sparen, omdat zij het anders niet redden.
De fiscus draagt ook een steentje bij: deelnemers krijgen heffingskorting van 183 euro voor elk jaar dat ze sparen, ongeacht het bedrag. Degene die met de levensloopregeling ouderschapsverlof opneemt, ontvangt dertig euro per verlofdag, ter aanvulling van het eigen gespaarde geld.
De eerste keuze waar de meeste werknemers zich voor geplaatst zien, is die tussen doorgaan met spaarloon of de levensloopregeling. Iedereen mag maar aan één van beide deelnemen.
Royaler
Het verschil tussen de regelingen is dat werkgevers verplicht zijn de levensloop aan alle werknemers aan te bieden. Bij het spaarloon is dat niet zo. De levensloopregeling is bovendien royaler. Werknemers mogen maximaal 12 procent van hun brutosalaris sparen, bij het spaarloon is dat € 613 per jaar.
De helft van de werknemers doet nu mee met de spaarloonregeling, maar het ministerie van sociale zaken verwacht dat de levensloopregeling die uiteindelijk zal overvleugelen.
Werknemers die besluiten te stoppen met het spaarloon, moeten dat voor 1 januari kenbaar maken. De beslissing om mee te doen met de levensloopregeling kan nog worden uitgesteld tot 1 juli. Tot die tijd is het mogelijk deelname met terugwerkende kracht tot de eerste januari te regelen.
Het is mogelijk om jaarlijks te wisselen. Iemand die bijvoorbeeld in 2006 meedoet aan de levensloopregeling, kan het jaar daarna weer kiezen voor spaarloon.
Miljardenmarkt
Het geld dat voor de levensloopregeling opzij wordt gezet, betekent voor de financiële instellingen een nieuwe miljardenmarkt. Werkgevers hebben de mogelijkheid om met een bank, verzekeringsmaatschappij of pensioenfonds een collectieve regeling aan het personeel aan te bieden.
Maar de deelnemers mogen zelf weten waar ze het spaargeld onderbrengen. Wel kan het zijn dat op een collectief product een hogere rente wordt gegeven.

»
»
»