Het is hoogst onwaarschijnlijk dat dichter Jan Campert, symbool van het Nederlandse verzet in de Tweede Wereldoorlog, een verrader was en door het verzet is vermoord. Dat is de conclusie van archivaris Noordam die een onderzoek deed in opdracht van de gemeente Den Haag.
De gemeente Den Haag besloot tot het onderzoek toen NRC Handelsblad begin dit jaar meldde dat Campert zich tijdens de Tweede Wereldoorlog schuldig had gemaakt aan collaboratie met de Duitsers. Campert kwam in 1943 om het leven in het Duitse concentratiekamp Neuengamme. Volgens de NRC werd hij niet vermoord door de Duitsers, zoals tot dusver werd aangenomen, maar door medegevangenen.
Jan Campert-stichting
De gemeente Den Haag nam het verleden van Campert onder de loep om uit te zoeken of de Jan Campert-stichting een andere naam moest krijgen. De stichting werd in 1947 door Den Haag opgericht "ter blijvende herdenking van de strijd van Nederlandse schrijvers tegen de Duitse bezetting". Jaarlijks reikt de Jan Campert-stichting literaire prijzen uit.
Nu onderzoeker Noordam concludeert dat het onwaarschijnlijk is dat Jan Campert wegens verraad door medegevangenen om het leven is gebracht, vindt de gemeente het niet nodig de naam van de stichting te veranderen.
De onthullingen in NRC in februari van dit jaar werden gedaan op basis van een verklaring van oud-verzetsman Gerrit Kleinveld. Die kreeg de informatie op zijn beurt van de in 1987 overleden Jan van Bork, blokoudste in het kamp. Volgens diens lezing probeerde Campert in het gevlei te komen bij de Duitsers in ruil voor meer eten en lichter werk.
Remco
Camperts zoon Remco reageerde destijds gelaten op de ontboezeming. In zijn vaste Volkskrant-column Camu schreef hij het volgende: "Zowel de biograaf van mijn vader, Hans Renders, als de directeur van het NIOD, Hans Blom, acht deze versie van zijn dood aannemelijk. Hoe graag ik het ook zou willen, ik kan geen reden of feit bedenken die het me mogelijk zou maken hen niet in hun oordeel te volgen."

»
»
»