Rechters moeten zeer behoedzaam zijn met bekentenissen, zeker als de verdachte die later intrekt. Dat is één van de lessen die de rechtbank van Rotterdam heeft getrokken in zijn analyse van de zaak-Nienke Kleiss.
Volgens de rechtbank moeten de rechters ook zelf gaan bepalen welke onderzoeken nodig zijn om de waarheid boven tafel te krijgen. Daarbij moeten ze zich niet onder druk laten zetten door aanklagers en advocaten.
Details uit het rapport over de "zelfreflectie" van de rechtbank zijn niet bekendgemaakt. Het geheim van de raadkamer, waaraan rechters wettelijk gebonden zijn, belet volgens de Rotterdamse rechtbank openbaarmaking.
Fouten
Ook het gerechtshof in Den Haag, dat het hoger beroep in deze zaak behandelde, heeft onderzoek gedaan. Anders dan de rechtbank brengt het hof geen conclusies naar buiten.
Wel wil president Verburg in een toelichting aan het NOS Journaal kwijt dat er volgens hem in de rechtszaak zelf geen fouten zijn gemaakt.
Dat de verkeerde verdachte voor de moord op Nienke is veroordeeld, is volgens de president vooral te wijten aan het feit dat twijfels over het bewijsmateriaal niet bij rechtbank en gerechtshof bekend waren.
Het gerechtshof legt de verantwoordelijkheid voor de gerechtelijke dwaling dus impliciet bij het Openbaar Ministerie, dat dinsdag de resultaten van zijn eigen onderzoek bekendmaakt.
Verantwoorden
De onderzoeken volgen op een week van nationale opschudding. Vorige week werd duidelijk dat het OM en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) mogelijk cruciaal bewijsmateriaal in de zaak-Nienke Kleiss hebben achtergehouden.
Minister Donner moet zich daarvoor dinsdag in de Tweede Kamer verantwoorden.
In 2001 veroordeelde de Rotterdamse rechtbank Kees B. tot 18 jaar cel wegens de moord op de tienjarige Nienke Kleiss. Het hof in Den Haag bevestigde de straf van de Rotterdamse rechter een jaar later. B. had de moord bekend, maar had later zijn bekentenis weer ingetrokken. De veroordeling van B. was onterecht, zo bleek in 2004, toen een andere man, Wik H., de moord bekende.
Het OM en het NFI zouden vanaf het begin van de zaak op de hoogte zijn geweest van twijfel over het bewijsmateriaal. Uit dna-onderzoek zou zijn gebleken dat B. onmogelijk de moordenaar van het meisje kon zijn geweest.
De rapporteur zou de conclusies over het dna-onderzoek van het NFI echter niet hebben willen overnemen, omdat hij deze wetenschappelijk gezien niet betrouwbaar genoeg achtte. Er werd gekozen om de minst kritische opvatting te volgen, waardoor de vervolging van Kees B. kon doorgaan.
Claim
De advocaten van B. bereiden een schadeclaim tegen het OM van circa 1,5 miljoen euro voor. Ze willen aangifte doen tegen justitie wegens het achterhouden van gegevens die B. zouden vrijpleiten.
De advocaat van de ouders van Nienke vindt het jammer dat het gerechtshof geen conclusies naar buiten brengt. "Je kunt je afvragen waarom je dan zo'n onderzoek houdt", aldus advocaat Stassen.
De raadsman is vooral benieuwd naar het rapport van het OM. "Waar begint zo'n dossier? Om die vraag draait het volgens mij."
In het tijdschrift Trema doen de president van de rechtbank mr. F.W.H. van den Emster en de president van het hof mr. J.J.I. Verburg verslag van de zelfreflectie van de rechtbank en het hof in de zaak-Nienke. Voor een voorpublicatie: zie de links aan de rechterkant van deze pagina.
Deel deze pagina
»
»
»