Iraakse en Amerikaanse troepen hebben een grootschalig offensief geopend op de stad Tal Afar, in het noordwesten van Irak. De regering in Bagdad wil de stad zuiveren van opstandelingen en buitenlandse strijders voor het referendum over de grondwet in oktober.
Tal Afar ligt zo'n honderd kilometer van de Syrische grens, en heeft zich volgens de Iraakse regering ontwikkeld tot een uitvalsbasis van terroristische groeperingen.
Waarnemers spreken over de grootste militaire operatie sinds de aanval op Fallujah, vorig jaar. In totaal doen veertien Iraakse en drie Amerikaanse bataljons mee aan de aanval, die al weken werd verwacht.
De stad was vorig jaar al door Amerikaanse soldaten 'schoongeveegd', maar de opstandelingen kwamen terug.
'Broeders'
De afgelopen dagen was de stad herhaaldelijk door de Amerikanen gebombardeerd. Volgens minister van Defensie Dulaimi zijn tot dusver 141 'terroristen' gedood, en 197 gewond. Hij verwacht dat de operatie drie dagen in beslag zal nemen.
De circa 200.000 inwoners, voor het merendeel soennitische Turkmenen, zijn opgeroepen Tal Afar te verlaten.
Minister Dulaimi haalde uit naar de buurlanden van Irak. "Het spijt me te moeten zeggen dat onze Arabische broeders ons in plaats van medicijnen terroristen sturen".
Hij kondigde aan dat het Iraakse leger op korte termijn ook zal afrekenen met de opstandelingen in andere steden ten westen van Bagdad. Hij noemde Qaim, Rawa, Samarra en Ramadi.
Doodeskaders
Intussen gaat het geweld tussen sjiieten en soennieten elders in Irak door. In een sjiietische wijk van Iskandariya, ten zuiden van Bagdad, werden vandaag de lijken gevonden van 18 mannen. Ze waren geboeid en door het hoofd geschoten.
Soennitische en sjiitische doodseskaders hebben de afgelopen weken over en weer tientallen mensen gedood.
In Bagdad ging vandaag de luchthaven na een dag weer open. Een conflict tussen de regering en een Britse beveiligingsfirma, die klaagde over achterstallige betalingen, is bijgelegd.
Deel deze pagina
»
»
»