Colin Powell betreurt zijn optreden in de VN-veiligheidsraad vlak voor het begin van de oorlog in Irak. De Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken heeft dat gezegd in een televisie-interview met ABC News.
Zijn optreden was achteraf bezien pijnlijk, gaf Powell toe. "Het is een smet op mijn blazoen. Het zal mij altijd blijven achtervolgen. Het was pijnlijk en dat is het nog steeds."
Plattegronden
Voor de voltallige Veiligheidsraad presenteerde hij in februari 2003 de bewijzen die Amerika had voor de Iraakse massavernietigingswapens. De beelden van plattegronden waarop Powell aanwees waar de Iraakse leider Saddam Hussein de wapens had verstopt, gingen de hele wereld over.
Zijn verhaal maakte de noodzaak om in te grijpen in Irak veel geloofwaardiger. Maar achteraf bleken de beschuldigingen onterecht. De inlichtingen van de Amerikaanse veiligheidsdiensten waarop Powell zich baseerde, klopten niet.
"Er waren destijds wel degelijk mensen bij de veiligheidsdiensten die wisten dat er gebruik was gemaakt van twijfelachtige bronnen. Zij hebben echter niet gewaarschuwd. Toen ik daarachter kwam, was ik volledig van de kaart."
Katrina
In het interview gaat Powell ook in op de gevolgen van de orkaan Katrina. Hij schaart zich in de groeiende rij van critici van de Amerikaanse regering die vinden dat bij de hulpverlening aan de getroffenen op alle niveaus fouten zijn gemaakt.
Volgens de 68-jarige oud-minister hadden voorafgaand aan de komst van de orkaan de federale en lokale overheden en de bestuurders van de staten veel meer inspanningen voor de bewoners kunnen leveren.
Powell zei dat al ruim van te voren bekend was dat Katrina de staten aan de Golfkust zou treffen. Powell, van Afro-Amerikaanse afkomst, denkt niet dat de hulpverlening na de orkaan zo laat op gang kwam omdat veel getroffenen zwart zijn. Hij stelde dat veel achterblijvers niet de middelen hadden om naar elders uit te wijken.
Deel deze pagina
»
»
»