De overheid geeft te weinig prioriteit aan de bestrijding van mensenhandel, vooral als het gaat om handel in kinderen. Dat is de uitkomst van het rapport 'Inzicht in uitbuiting' van ECPAT Nederland in samenwerking met Defence for Children International en Unicef Nederland.
Politie en hulpverleners hebben in twee jaar tijd 230 uitgebuite kinderen opgespoord. De kinderen waren het slachtoffer van mensenhandel. Veruit het merendeel moesten werken in de prostitutie. Maar ook in de huishouding, de horeca, de schoonmaakbranche en de drugshandel was er sprake van uitbuiting.
Een landelijk registratiesysteem waarin alle vormen van uitbuiting terechtkomen, is volgens de onderzoekers de beste manier om inzicht te krijgen in de aard en omvang van de kinderhandel in Nederland. Een goede samenwerking tussen overheid, politie en andere hulpverleningsinstanties is daarbij noodzakelijk.
Meldpunt
Verder pleiten de onderzoekers voor een algemeen en landelijk meldpunt uitbuiting, dat zo nodig adviseert, bemiddelt bij zaken en slachtoffers naar de juiste hulp doorverwijst.
Om de kinderhandel tegen te gaan, stellen de onderzoekers een landelijke voorlichtingscampagne voor. Informatie op internet en folders zouden (potentiële) klanten van prostituees moeten wijzen op de signalen van mensenhandel en op het feit dat betaalde seks met minderjarigen strafbaar is.
Klanten kunnen bij vermoedens anoniem aan de bel trekken bij een algemeen telefoonnummer, zoals nu al bijvoorbeeld mogelijk is bij het Meldpunt M. (meld misdaad anoniem).
Onvoldoende
De hulpverleningsorganisaties komen verder tot de conclusie dat instanties als de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de marechaussee, hulpverleners, wijkagenten en leerkrachten "onvoldoende" de signalen van uitbuiting bij minderjarigen herkennen. Training en voorlichting moet de kennis daarover vergroten.
De onderzoekgegevens van ECPAT zijn afkomstig uit meer dan 200 instanties.

»
»
»