De leefsituatie van grote groepen Nederlanders is de afgelopen jaren verslechterd, blijkt uit een overzicht van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Paren met kinderen, 18- tot 24-jarigen en laagopgeleiden zijn er financieel het meest op achteruit gegaan.
In De Sociale Staat van Nederland beschrijft het SCP de ontwikkelingen van de laatste tien jaar op terreinen als arbeid, inkomen, onderwijs, veiligheid, mobiliteit en vrijetijdsbesteding.
Uit de studie komt naar voren dat de verschillen in leefsituatie weer toenemen. De afgelopen drie jaar groeide de ongelijkheid tussen rijk en arm, werkenden en niet-werkenden en hoog- en laagopgeleiden. Als daar niets aan gedaan wordt, kan dat de onrust in de samenleving vergroten, waarschuwt het SCP.
Keerpunt
Het jaar 2002 was een keerpunt in de financiële toestand voor veel Nederlanders. Sinds dat jaar is de economische teruggang merkbaar op het niveau van de huishoudens. Gezinnen met kinderen ondervinden de gevolgen vooral bij de uitgaven voor wonen (alles wat met het huis te maken heeft), vakantie, vrijetijdsbesteding en sport. De achteruitgang is het grootst bij gezinnen met één ouder.
Jong-volwassenen moeten het in grote lijnen op dezelfde gebieden zuiniger aan doen (wonen, vakantie en vrijetijdsbesteding). Zij hebben ook meer moeite om deel te nemen aan vrijwilligerswerk en andere sociale bezigheden.
Laagopgeleiden hebben minder financiële armslag voor duurzame consumptiegoederen en ook zij moeten bezuinigen op uitgaven voor wonen en vrijetijdsbesteding.
Het gemiddeld besteedbaar inkomen van huishoudens, dat tussen 1994 en 2000 met 9 procent is gestegen, daalde in de jaren tussen 2001 en 2003 met 3 procent. De daling was het sterkst bij paren, vooral de éénverdieners, met kinderen (-5 procent), aleenstaanden tot 65 jaar (-4 procent) en de groep niet-westerse allochtonen (-6 tot -8 procent).
(On)tevreden
Nederlanders zijn over het algemeen toch redelijk te spreken over hun eigen leefsituatie. Onderdelen als wonen, woonomgeving en kennissenkring, krijgen als rapportcijfer een ruime voldoende of meer. Maar met het afnemen van de koopkracht, is ook de tevredenheid met de eigen financiële mogelijkheden gedaald.
Het oordeel over de samenleving als geheel is nog net voldoende, maar de tevredenheid met de regering is met een rapportcijfer van 5,2 onder de maat. Het aandeel van de Nederlandse bevolking dat tevreden is met het kabinet, daalde van meer dan driekwart in 2000 tot minder dan de helft (48 procent) in 2004.
Deel deze pagina
»
»
»