Door het warme weer worden terrasjes in binnen- en buitenland druk bezocht. Kinderen lessen hun dorst met een frisje, terwijl volwassenen zich vaak te goed doen aan een biertje. Maar is het fluitje dat de consument wordt voorgeschoteld wel de naam 'pils' waardig?
Het blad Test-Aankoop, zeg maar de Belgische variant van de Consumentenbond, onderzocht de samenstelling van een aantal pilsbieren. Uit de studie bleek dat liefst één op de drie pilsjes te veel water bevat. "Kattenpis wordt voor pils verkocht", klinkt het in België.
Dat tijdens muziekfestivals wel eens extra water aan bier wordt toegevoegd, is algemeen stilzwijgend aanvaard. Maar dat zoveel 'normale' biertjes, naast patat toch de Belgische trots, onder de maat scoren, is nieuw.
Densiteit
Een pilsje, met een gemiddeld alcoholpercentage van vijf, wordt gebrouwen uit mout, water, hop en gist.
Traditioneel hoort het drankje een densiteit te hebben tussen 11 en 13,5 graden Plato, dat wil zeggen dat voor het gisten tussen 11 en 13,5 gram droge ingrediënten voor 100 gram bier worden gebruikt.
Tijdens een vorige test van Test-Aankoop, zo'n 15 jaar geleden, haalden alle onderzochte pilsbiertjes een densiteit tussen de 11 en 13,5. Anno 2005 is dat dus niet meer het geval. Vooral huismerken van supermarktketens, maar ook bekende Belgische bieren zoals Maes, scoorden slecht.
Beter?
Bierbrouwers zeggen in een reactie dat de hoeveelheid droge grondstoffen er niet toe leidt dat het bier niet langer lekker is: "Smaken evolueren en kan men vandaag de dag beweren dat de bieren van vijftig jaar geleden beter waren?"

»
»
»